Residentie Impact centraal

  • DatumMon. 1 Feb. 2021
  • Met wieDutchCulture, Het Wilde Westen, Hogeschool Utrecht, LKCA, Universiteit Utrecht

Wat we doen in de culturele sector is niet altijd even grijpbaar, of begrijpbaar. En dat hoeft ook niet altijd. Maar wat als we wél willen begrijpen wat er gebeurt, wat kunst met ons doet? Hoe maken we beleving kenbaar en overdraagbaar? Dit jaar gaan we met het thema impact aan de slag. De verleiding is groot om impact te meten met cijfers en data en het daarbij te laten.

Als Residenties in Utrecht zijn we benieuwd naar de artistieke waarde en de culturele stimulatie van kunst, binnen en buiten de culturele sector. We willen weten hoe je over impact kunt spreken, en we gaan op zoek naar een manier waarop we dat kunnen uitdrukken. Dat doen we niet alleen, maar met ons netwerk en onze residenten. Op deze pagina vertellen onze partners en kunstenaars hoe zij het thema impact benaderen. We horen graag van je als je met ons mee wilt doen.

25 mei: Een goed gesprek over impact

Over impact is genoeg te zeggen. Wat is impact? Hoe weet je dat er sprake is van impact? Hoe kun je over impact praten? Deze vragen stellen we aan de orde in een serie goede gesprekken. Het Wilde Westen en Residenties in Utrecht organiseren hiertoe de komende tijd een reeks bijeenkomsten om met betrokkenen te spreken, maar ook om impact te ervaren. De eerste bijeenkomst in deze reeks vond plaats op dinsdag 25 mei.

We nodigden een klein aantal vertegenwoordigers vanuit kunst, wetenschap, culturele organisaties, onderwijs en gemeente uit om live in gesprek te gaan en te reflecteren over wat impact betekent. Doel was om een interdisciplinair gesprek te voeren. Want: makers praten er nu met makers over, artistiek leiders met andere artistiek leiders, fondsen met andere geldschieters en wetenschappers met andere onderzoekers. Tijdens deze bijeenkomst kwamen deze verschillende betrokken samen, en na een korte practice door Amparo González Sola deelden zij inzichten, om er gezamenlijk beter van te worden. Dichter Ingmar Heytze was aanwezig om op zijn artistieke manier de bijeenkomst te documenteren.

Deze bijeenkomst smaakt naar meer. Residenties in Utrecht en het Wilde Westen gaan dan ook in 2021 en mogelijk ook 2022 door met het thema impact.

Documentatie door Ingmar Heytze

Dichter en schrijver was op 25 mei aanwezig bij het goede gesprek over impact in Het Wilde Westen. Hij schreef ter plekke het gedicht ‘Practive’ en de column ‘Brace for Impact’ .

PRACTICE

In supermarkten weten ze hoe het werkt:
wat ze kwijt moeten staat vol in beeld.
Kijk ergens naar en omarm wat je nog
zien kunt tot je handen verdwijnen
Wees niet bang voor alles wat daarbuiten…
ja maar zo eenvoudig is dat niet: blind zijn
is zoiets als dood – Je bent het al bijna,
zelfs wie leeft en rond kan kijken
ziet het meeste niet, bevindt zich
bijna nergens. Ieder voor zich zijn we
superverspreider in het haast niet zijn,
nauwelijks zien, bijna niets horen.
Ik ontsla mijzelf van de plicht om hier
iets verstandigs over te schrijven.

BRACE FOR IMPACT

De vraag naar de identiteit van impact – want dat is in feite de vraag – doet me, althans vandaag, denken aan de vraag naar kwaliteit zoals Robert M. Pirsig deze stelde in dat beroemde boek dat nauwelijks over motoronderhoud gaat. Wat is het? Waarin zit het? Is het een resultaat of een proces? Wat hoort erbij en wat niet? Bestaat het zonder intentie vooraf en meetbaar resultaat daarna, of verandert het dan in bewijsdrang?

Het gebruikelijke gevaar van iets definiëren is het reduceren tot iets totaal anders, zeker bij zo’n abstract begrip als impact. Is het succes, betekenis, kaartverkoop, een geldprijs met een lelijk beeldje erbij (de VSB Poëzieprijs, die enkele decennia de belangrijkste onderscheiding voor één enkele dichtbundel was, werd ooit uitgereikt in de vorm van een monsterlijk glaskunstwerk dat een Mongoolse melklepel moest verbeelden) – is het al die dingen of geen ervan?

Ik zocht en vond voor impact de volgende synoniemen: draagwijdte, invloed, in-, uit- en werking zonder meer, effect, functie, gevolg, invloed, resultaat, uitvloeisel, uitwerking, voortvloeisel, weerslag. Als je wilt weten hoe ingewikkeld een begrip kan zijn, kun je het tegenovergestelde begrip proberen te vinden. Dat is net zo moeilijk, omdat je het moet operationaliseren voor een bepaalde situatie. Verdedigbare antoniemen voor impact zijn: elandproef, blindganger, mislukking, inertie, vacuüm.

Impact, vermoed ik, want ik kwam door het groepsgesprek in een steeds Pirsig- achtiger stemming, is evenals kwaliteit evenzeer proces als resultaat. In kunst, waaraan toch al niet zoveel meetbaar is, lijkt het me niet meer dan een mogelijkheid, een niet- noodzakelijke, onvoldoende voorwaarde om van kunst te kunnen spreken. Het is mogelijk om een lied te componeren dat een hit blijkt, een roman te schrijven die de Booker Prize wint, een konijn te tekenen dat over de hele wereld bekend wordt. We leven in een stad waarin kunstenaars woonden en wonen die dat voor elkaar hebben gekregen. Niemand zal hun impact ontkennen. Maar ook niemand zal beweren dat zij de enige kunstenaars zijn die ertoe doen, en gelukkig maar, want anders komt impact neer op zichtbaarheid.

Tegelijkertijd kan het knagen: doet die zichtbaarheid er dan niets toe, zeker in deze tijd waarin alles op meetbaar succes wordt afgerekend? Niemand hier wil zo’n hufter zijn als sommige politici die kunst de afgelopen jaren structureel beledigen. Zo bekeken heeft impact, overdacht in het veld van de kunsten, alles te maken met schuldgevoel.

Een erg goede vraag vond ik: zet je schrap voor de inslag en vraag je af wat er daarna gebeurt. Kun je dat weten terwijl je kunst maakt? Het stuk 4.33 van John Cage, dat bestaat uit stilte waarin onwillekeurige geluiden hun plek krijgen, bestaat uit drie delen. Een geluid tussen twee stiltes, is dat impact als er geen echo is?

Het tegenovergestelde van je schrap zetten: op de lagere school rende ik vol tegen een deur aan, die normaal gesproken soepel openzwaaide als ik me met mijn handen vooruit tegen het veiligheidsglas gooide. Ik had niet gezien dat de bovenste ruit er niet meer in zat, en klapte verbaasd dubbel over de deur heen, waarbij alle lucht in één klap uit mijn lijf geslagen werd. Niet lang daarna liep ik tijdens een expositie van hyperrealistische kunst in het Centraal Museum keihard met mijn hoofd tegen een muur, waar een levensechte trap naar een niet-bestaande kamer op was geschilderd. De rest van mijn jeugd bracht ik aanmerkelijk voorzichtiger door.

Mogelijk is impact, in relatie tot kunst, een moment, en wel een moment waarin bij iemand iets teweeg wordt gebracht, dat meer is dan alle onderdelen die nodig waren om het teweeg te brengen. Satori als ultieme impact, zoals totaal verbaasd tegen een glazen wand aan knallen of je schrap zetten voor iets dat niet komt, zoals in de natuur staan en je afvragen waarom je je opeens met alles wat leeft verbonden voelt, alsof kijken naar de natuur neerkomt op kijken naar God die zich nét heeft verstopt.

25-05-2021 • Ingmar Heytze

Ine Gevers: “Impact is niet enkel te meten in likes & bites”

Stichting Niet Normaal (sinds 2019 Niet Normaal INT) is opgericht in 2007 voor het maken van publiektrekkende manifestaties over relevante thema’s. Beeldende kunst is daarbij niet een doel op zich maar een voertuig om maatschappelijke kwesties manifest te maken.

In een tijd waarin overheid, bedrijfsleven en kennisinstituten moeite hebben hun publiek te bereiken en te activeren, biedt de werkwijze van Niet Normaal een alternatief. De stichting hanteert een practice-what-you-preach model en investeert al in het voortraject in relaties met verschillende doelgroepen. Geïnspireerd door kunstenaars, denkers en activisten dicht Niet Normaal het gat tussen publiek en politiek. Niet Normaal INT zoekt de kracht die ons burgers maakt in plaats van consumenten, en toont hoe informele overlevingsstrategieën en kleine initiatieven het kunnen winnen van te veel vastgeroeste regels en protocollen.

Vanaf het begin draagt Niet Normaal de inclusiegedachte uit. Centraal staat het recht niet eerst een label te hoeven accepteren voordat je mag praten. De nadruk op toegankelijkheid werd opgepakt door onder andere Vrede van Utrecht 2011, Londen Olympic Games Cultural Program 2012, en recent het Special Guest Program Van Abbemuseum/Stedelijk Museum. Inclusie is sindsdien niet meer van de agenda verdwenen. De stichting werd door het Ministerie van Economische Zaken onderscheiden met het Green Deal-certificaat voor Ja Natuurlijk (2013). Door The Art of Impact werd de stichting twee keer genomineerd (Roel in ’t Veld): voor het trackrecord en voor Hacking Habitat (2016). Deze manifestatie inspireerde tot drie VPRO-afleveringen Tegenlicht en vond in VICE (The Creators Project) een mediapartner met wie we ook nu samen optrekken. Andere projecten zijn: ROBOT LOVE (2018), (IM)POSSIBLE BODIES (2020), FAKE ME HARD (2021) en GAMING THE SYSTEM (Project Q), 2021/22.

Ali Eslami & Mamali Shafahi, Nerd_Funk, part 1, 2010 @(IM)POSSIBLE BODIES

Hoewel de Niet Normaal-tentoonstellingen op grote aantallen bezoekers konden rekenen en veel persaandacht opleveren, is de impact die we genereren niet enkel te meten in likes & bites. We creëren contexten die transformatieve ervaringen en gedragsverandering tot stand brengen. Dit zijn lastig meetbare, individuele ervaringen die moeilijk ‘te vangen’ zijn. Samen met Fontys en Erasmus Universiteit Rotterdam implementeren we methodes om juist die zachte waarde tot uitdrukking te brengen.

GAMING THE SYSTEM is het meest recente project van stichting Niet Normaal. Met games & interaction studenten van de HKU ontwikkelen we een VR game met first-person-shooters die een gevecht aangaan met robots, algoritmes en kunstmatige intelligentie (AI). Langzaam wordt het de spelers duidelijk dat de veronderstelde vijand helemaal geen vijand is, maar van ons mensen wil leren. Daarmee start een omgekeerde zelfinspectie waarbij we de hightech omgeving als spiegel leren gebruiken. Wat blijkt: ons gedrag gebaseerd is op constructen en systemen die we onbewust in stand houden, ook al zijn ze helemaal niet ondersteunend of gezond voor ons. GAMING THE SYSTEM helpt spelers dwars te denken, te onthullen en te verbinden en biedt zo handelingsperspectief om te overleven in de 21ste eeuw.

Ine Gevers
Directeur-bestuurder Niet Normaal INT
www.nietnormaal.nl

 

Aart van der Maas: Impact maken, een kwestie van vertrouwen

In meerdere sectoren van onze samenleving is er discussie over wat impact maken is. Er klinken kritische geluiden dat de overheid en organisaties top-down, ‘evidenced based’ en marktconform gestuurd beleid en daarmee samenhangend doorgeslagen bureaucratisch beleid los moeten laten. Daarvoor in de plaats moeten bijvoorbeeld burgerinitiatieven gefaciliteerd worden om via cultuurparticipatie, ‘bottom-up’ en ‘practiced based’ relevante maatschappelijke veranderingen in gang te zetten. Er zou sprake zijn van een transitie of paradigmawisseling, waarbij men een verschuiving in perspectief wenst van meer instrumenteel, efficiënt en top-down gestuurd werken naar meer spontaan, ervaringsgericht, organisch, dialogisch en coproducerend samenwerken. De nadruk van het nieuwe perspectief ligt niet meer op winstmaximalisatie maar op het creëren van maatschappelijke meerwaarde.[1]

Op alle niveaus, van zogeheten ‘top’ tot ‘down’, veren mensen enthousiast op uit hun stoel. Voor deze transitie zijn niet alleen burgers en professionals uit de praktijk, maar ook beleidsmedewerkers van bijvoorbeeld fondsen en (lokaal) overheidsbeleid te enthousiasmeren. Steeds komt daar weer die vraag: “Maar hoe dan, hoe kunnen we meten of wij of zij het goed doen?”. Het antwoord is misschien het stellen van een andere vraag, namelijk: hoe kunnen we aan elkaar vertellen dat we het goede doen? Dat zoekproces lijkt zich, in een wereld die zich in een ‘organische’ of een ‘meervoudige’ (economische, ecologische en sociale) crisis bevindt, te kenmerken door ambiguïteit.[2] In dat onzekere proces is er, onder andere binnen de culturele sector, een reflex om in terug te grijpen op bekende beleidsinstrumenten om kunstenaars en kunstinstellingen, met de zogenaamde objectieve meetlat en quota, de maat te nemen. Dat is tegen beter weten in, omdat iedereen met een beetje kunsthistorisch besef wel weet dat kunst zich niet laat meten en dat de impact van kunst in een waardevol, subjectief en dynamisch proces van betekenisgeving tussen mensen tot stand komt.

Misschien is het ambitieus, idealistisch of zelfs naïef (wat overigens in het genoemde verschuivend perspectief als een compliment gezien kan worden), maar de voorwaarde voor het ontdekken van impact is het besef dat men elkaar kan vertrouwen. De meeste mensen deugen immers, zoals Rutger Bregman in zijn gelijknamige boek uiteenzet. We moeten dat alleen wel willen zien om van daaruit in een wederkerig proces plaats te maken voor het samen beleven en weten van impact maken. Daarin worden geüniformeerde, op consensus gerichte modellen, losgelaten. Impact maken is geen doel, geen ‘output’, maar komt tot stand in het voortdurend proces waarin culturele verschillen en uitingsvormen worden omarmd. Cultureel dominante uitingsvormen, zoals bijvoorbeeld de gesproken en geschreven beleidstaal, komen ter discussie te staan waardoor er ruimte ontstaat voor de zeggingskracht van andere manieren van communiceren. Meerstemmigheid en de pluriformiteit aan talen, via bijvoorbeeld beeld, muziek, dans, is eigen aan de kunsten. Het is daarom opmerkelijk dat de kunstensector zich afgelopen decennia heeft laten verleiden om haar impact in de samenleving in neoliberale cijfers en woorden uit te drukken. De kracht van kunst ligt immers ergens anders. In haar geschiedenis ontmaskert zij keer op keer een door de dominante meerderheid gecreëerde samenleving en geeft zij ruimte voor verschil van inzicht en betekenis zodat mensen de wereld anders kunnen duiden en inrichten.

Kunst gedijt op onzekerheid. In onzekere crisistijden kan zij een bijdrage leveren om dominante neoliberale impactmodellen van de afgelopen decennia te relativeren. Binnen de wetenschap zijn bijvoorbeeld in Arts-Based Research aanknopingspunten te vinden hoe impact tot stand komt en hoe dat op wetenschappelijk manier bestudeerd kan worden. De kunsten hebben een bijzondere rol in deze onderzoeksmethode. Naast praktisch relevant, als ook methodisch grondig (‘het ware’) en ethisch verantwoord (‘het goede’), wat vereisten zijn voor ieder wetenschappelijk onderzoek, geldt er een extra esthetische kwaliteitseis. ‘Esthetisch’ komt uit het Grieks en betekent letterlijk: voelen, zintuiglijk gewaarworden. In en door praktijkgericht Arts-Based Research kunnen mensen elkaar raken in het doorgronden van culturele, complexe vragen die met alle betrokkenen vanuit verschillende ervaringen en perspectieven bekeken worden, zodat er ruimte ontstaat voor nieuwe, waardevolle oplossingen.[3] Die oplossingen zijn niet vooraf meetbaar, dus daarover worden van tevoren geen afspraken gemaakt. Als er vertrouwen is, beperken afspraken zich tot een zorgvuldig ingericht proces waarin wederkerigheid en meerstemmigheid de basis zijn voor impact.

Aart van der Maas is musicoloog en is lid van de redactieraad van Residenties in Utrecht. Hij doet promotieonderzoek aan de Universiteit Antwerpen naar inclusieve culture commons en wijkcultuurhuizen in stad Utrecht en geeft leiding aan de Master Community Development, Hogeschool Utrecht.

 

LKCA: Werken aan een impactmodel

Sanne Scholten (LKCA) Foto: Lilian van Rooij

Laatst sprak ik een zorgbestuurder die zei: “Het staat voor mij buiten kijf dat kunst impact heeft op onze bewoners en cliënten, ik heb het met eigen ogen gezien. Maar meer inzicht in wat die impact is, helpt om meer mensen te overtuigen hoe belangrijk kunst is.”

Dit vat in een notendop samen waarom LKCA samen met partners in het veld wil werken aan een impactmodel. We willen binnen de cultuursector, bij overheden en andere financiers en ook naar onze partners uit andere domeinen beter kunnen laten zien waar kunst toe kan leiden.

Een impactmodel kan helpen om je aanpak al voor de start te verbeteren, omdat je zicht hebt op wat wel en niet werkt. Je kunt voortbouwen op kennis die al is ontwikkeld. Het is een uitdaging, maar we gaan ervoor om tot een model te komen en tot bijbehorende instrumenten voor het ontwikkelen en evalueren van projecten en activiteiten.

Sanne Scholten,
directeur-bestuurder LKCA
voorzitter Stichting Residenties

DutchCulture: Impact als een vorm van bewustwording

Marjolein van Bommel (DutchCulture)

Binnen de culturele sector groeit het bewustzijn van het belang van duurzaam werken. Zeker op het vlak van de internationale samenwerking stelt de sector zich steeds vaker de vraag of de internationale ambities in balans zijn met de belasting voor het milieu die het vele reizen met zich meebrengt.

De sector hecht groot belang aan de toegevoegde waarde van het werken met internationale kunstenaars, voelt de verantwoordelijkheid om hier over na te denken, en vooral over het hoe van internationale samenwerking. De periode van corona, die ons in een pauzestand dwong, roept vragen op als: hoe zorgen we dat als straks de grenzen opengaan we op een bewuste manier reizen, hoe bouwen we aan duurzame en gelijkwaardige relaties, wat zijn andere, minder milieubelastende opties, om internationaal samen te werken?

Vanuit dit perspectief hecht DutchCulture dan ook veel belang aan het impactonderzoek van Residenties in Utrecht. Een bewustere culturele sector is noodzakelijk om ook in de toekomst verantwoord over de grenzen te kunnen blijven samenwerken.

Marjolein van Bommel
Head of Mobility & Advice DutchCulture

Amparo González Sola: Sharing reflections is part of my art

Amparo González Sola en foto van opgehaalde reflecties

Why do I work with reflections as part of the artistic process? To integrate reflections as part of my work is one of the ways in which I continu to explore the scope of “reciprocity”. In this case, reciprocity between practice and theory: the practice producing knowledge, knowledge affecting practice,
reciprocally.

In the case of Den Dolder, it was a double bet: in the practices everyone was invited to participate at the same level: doctors and psychiatric clients, young people and adults, professionals and non professionals, everyone was invited to move and be moved, to listen and to be listened. At the end of each practice we wrote about what we thought and felt during it, we shared our questions and impressions, and we wrote them on post-its. In this way we were building a world of collective thought (from the post-its, we actually made a “scrap book”) in which all the sensations and all thoughts matter.

I think of those strategies to make collective reflections possible (that all voices are listened, and not only the strongest, that there is a context of trust, and space for uncertainty) in a choreographic way. My intuition is that as a society there is much to learn from the historically unheard voices, those of children, those of neurodiversity, those that grow outside the academy, and that it is possible to build valuable and unique knowledge from practices, from art.

I am aware that this process of reflections, embedded in my work, transforms my work as an artist, my research and creations, and I like it that way.

Amparo González Sola,
resident, onderzoeker, choreograaf, danser