Residentie Impact centraal

  • DatumMon. 1 Feb. 2021
  • Met wieDutchCulture, Het Wilde Westen, Hogeschool Utrecht, LKCA

Wat we doen in de culturele sector is niet altijd even grijpbaar, of begrijpbaar. En dat hoeft ook niet altijd. Maar wat als we wél willen begrijpen wat er gebeurt, wat kunst met ons doet? Hoe maken we beleving kenbaar en overdraagbaar? Dit jaar gaan we met het thema impact aan de slag. De verleiding is groot om impact te meten met cijfers en data en het daarbij te laten.

Als Residenties in Utrecht zijn we benieuwd naar de artistieke waarde en de culturele stimulatie van kunst, binnen en buiten de culturele sector. We willen weten hoe je over impact kunt spreken, en we gaan op zoek naar een manier waarop we dat kunnen uitdrukken. Dat doen we niet alleen, maar met ons netwerk en onze residenten. Op deze pagina vertellen onze partners en kunstenaars hoe zij het thema impact benaderen. We horen graag van je als je met ons mee wilt doen.

 

Aart van der Maas: Impact maken, een kwestie van vertrouwen

In meerdere sectoren van onze samenleving is er discussie over wat impact maken is. Er klinken kritische geluiden dat de overheid en organisaties top-down, ‘evidenced based’ en marktconform gestuurd beleid en daarmee samenhangend doorgeslagen bureaucratisch beleid los moeten laten. Daarvoor in de plaats moeten bijvoorbeeld burgerinitiatieven gefaciliteerd worden om via cultuurparticipatie, ‘bottom-up’ en ‘practiced based’ relevante maatschappelijke veranderingen in gang te zetten. Er zou sprake zijn van een transitie of paradigmawisseling, waarbij men een verschuiving in perspectief wenst van meer instrumenteel, efficiënt en top-down gestuurd werken naar meer spontaan, ervaringsgericht, organisch, dialogisch en coproducerend samenwerken. De nadruk van het nieuwe perspectief ligt niet meer op winstmaximalisatie maar op het creëren van maatschappelijke meerwaarde.[1]

Op alle niveaus, van zogeheten ‘top’ tot ‘down’, veren mensen enthousiast op uit hun stoel. Voor deze transitie zijn niet alleen burgers en professionals uit de praktijk, maar ook beleidsmedewerkers van bijvoorbeeld fondsen en (lokaal) overheidsbeleid te enthousiasmeren. Steeds komt daar weer die vraag: “Maar hoe dan, hoe kunnen we meten of wij of zij het goed doen?”. Het antwoord is misschien het stellen van een andere vraag, namelijk: hoe kunnen we aan elkaar vertellen dat we het goede doen? Dat zoekproces lijkt zich, in een wereld die zich in een ‘organische’ of een ‘meervoudige’ (economische, ecologische en sociale) crisis bevindt, te kenmerken door ambiguïteit.[2] In dat onzekere proces is er, onder andere binnen de culturele sector, een reflex om in terug te grijpen op bekende beleidsinstrumenten om kunstenaars en kunstinstellingen, met de zogenaamde objectieve meetlat en quota, de maat te nemen. Dat is tegen beter weten in, omdat iedereen met een beetje kunsthistorisch besef wel weet dat kunst zich niet laat meten en dat de impact van kunst in een waardevol, subjectief en dynamisch proces van betekenisgeving tussen mensen tot stand komt.

Misschien is het ambitieus, idealistisch of zelfs naïef (wat overigens in het genoemde verschuivend perspectief als een compliment gezien kan worden), maar de voorwaarde voor het ontdekken van impact is het besef dat men elkaar kan vertrouwen. De meeste mensen deugen immers, zoals Rutger Bregman in zijn gelijknamige boek uiteenzet. We moeten dat alleen wel willen zien om van daaruit in een wederkerig proces plaats te maken voor het samen beleven en weten van impact maken. Daarin worden geüniformeerde, op consensus gerichte modellen, losgelaten. Impact maken is geen doel, geen ‘output’, maar komt tot stand in het voortdurend proces waarin culturele verschillen en uitingsvormen worden omarmd. Cultureel dominante uitingsvormen, zoals bijvoorbeeld de gesproken en geschreven beleidstaal, komen ter discussie te staan waardoor er ruimte ontstaat voor de zeggingskracht van andere manieren van communiceren. Meerstemmigheid en de pluriformiteit aan talen, via bijvoorbeeld beeld, muziek, dans, is eigen aan de kunsten. Het is daarom opmerkelijk dat de kunstensector zich afgelopen decennia heeft laten verleiden om haar impact in de samenleving in neoliberale cijfers en woorden uit te drukken. De kracht van kunst ligt immers ergens anders. In haar geschiedenis ontmaskert zij keer op keer een door de dominante meerderheid gecreëerde samenleving en geeft zij ruimte voor verschil van inzicht en betekenis zodat mensen de wereld anders kunnen duiden en inrichten.

Kunst gedijt op onzekerheid. In onzekere crisistijden kan zij een bijdrage leveren om dominante neoliberale impactmodellen van de afgelopen decennia te relativeren. Binnen de wetenschap zijn bijvoorbeeld in Arts-Based Research aanknopingspunten te vinden hoe impact tot stand komt en hoe dat op wetenschappelijk manier bestudeerd kan worden. De kunsten hebben een bijzondere rol in deze onderzoeksmethode. Naast praktisch relevant, als ook methodisch grondig (‘het ware’) en ethisch verantwoord (‘het goede’), wat vereisten zijn voor ieder wetenschappelijk onderzoek, geldt er een extra esthetische kwaliteitseis. ‘Esthetisch’ komt uit het Grieks en betekent letterlijk: voelen, zintuiglijk gewaarworden. In en door praktijkgericht Arts-Based Research kunnen mensen elkaar raken in het doorgronden van culturele, complexe vragen die met alle betrokkenen vanuit verschillende ervaringen en perspectieven bekeken worden, zodat er ruimte ontstaat voor nieuwe, waardevolle oplossingen.[3] Die oplossingen zijn niet vooraf meetbaar, dus daarover worden van tevoren geen afspraken gemaakt. Als er vertrouwen is, beperken afspraken zich tot een zorgvuldig ingericht proces waarin wederkerigheid en meerstemmigheid de basis zijn voor impact.

Aart van der Maas is musicoloog en is lid van de redactieraad van Residenties in Utrecht. Hij doet promotieonderzoek aan de Universiteit Antwerpen naar inclusieve culture commons en wijkcultuurhuizen in stad Utrecht en geeft leiding aan de Master Community Development, Hogeschool Utrecht.

 

LKCA: Werken aan een impactmodel

Sanne Scholten (LKCA) Foto: Lilian van Rooij

Laatst sprak ik een zorgbestuurder die zei: “Het staat voor mij buiten kijf dat kunst impact heeft op onze bewoners en cliënten, ik heb het met eigen ogen gezien. Maar meer inzicht in wat die impact is, helpt om meer mensen te overtuigen hoe belangrijk kunst is.”

Dit vat in een notendop samen waarom LKCA samen met partners in het veld wil werken aan een impactmodel. We willen binnen de cultuursector, bij overheden en andere financiers en ook naar onze partners uit andere domeinen beter kunnen laten zien waar kunst toe kan leiden.

Een impactmodel kan helpen om je aanpak al voor de start te verbeteren, omdat je zicht hebt op wat wel en niet werkt. Je kunt voortbouwen op kennis die al is ontwikkeld. Het is een uitdaging, maar we gaan ervoor om tot een model te komen en tot bijbehorende instrumenten voor het ontwikkelen en evalueren van projecten en activiteiten.

Sanne Scholten,
directeur-bestuurder LKCA
voorzitter Stichting Residenties

DutchCulture: Impact als een vorm van bewustwording

Marjolein van Bommel (DutchCulture)

Binnen de culturele sector groeit het bewustzijn van het belang van duurzaam werken. Zeker op het vlak van de internationale samenwerking stelt de sector zich steeds vaker de vraag of de internationale ambities in balans zijn met de belasting voor het milieu die het vele reizen met zich meebrengt.

De sector hecht groot belang aan de toegevoegde waarde van het werken met internationale kunstenaars, voelt de verantwoordelijkheid om hier over na te denken, en vooral over het hoe van internationale samenwerking. De periode van corona, die ons in een pauzestand dwong, roept vragen op als: hoe zorgen we dat als straks de grenzen opengaan we op een bewuste manier reizen, hoe bouwen we aan duurzame en gelijkwaardige relaties, wat zijn andere, minder milieubelastende opties, om internationaal samen te werken?

Vanuit dit perspectief hecht DutchCulture dan ook veel belang aan het impactonderzoek van Residenties in Utrecht. Een bewustere culturele sector is noodzakelijk om ook in de toekomst verantwoord over de grenzen te kunnen blijven samenwerken.

Marjolein van Bommel
Head of Mobility & Advice DutchCulture

Amparo González Sola: Sharing reflections is part of my art

Amparo González Sola en foto van opgehaalde reflecties

Why do I work with reflections as part of the artistic process? To integrate reflections as part of my work is one of the ways in which I continu to explore the scope of “reciprocity”. In this case, reciprocity between practice and theory: the practice producing knowledge, knowledge affecting practice,
reciprocally.

In the case of Den Dolder, it was a double bet: in the practices everyone was invited to participate at the same level: doctors and psychiatric clients, young people and adults, professionals and non professionals, everyone was invited to move and be moved, to listen and to be listened. At the end of each practice we wrote about what we thought and felt during it, we shared our questions and impressions, and we wrote them on post-its. In this way we were building a world of collective thought (from the post-its, we actually made a “scrap book”) in which all the sensations and all thoughts matter.

I think of those strategies to make collective reflections possible (that all voices are listened, and not only the strongest, that there is a context of trust, and space for uncertainty) in a choreographic way. My intuition is that as a society there is much to learn from the historically unheard voices, those of children, those of neurodiversity, those that grow outside the academy, and that it is possible to build valuable and unique knowledge from practices, from art.

I am aware that this process of reflections, embedded in my work, transforms my work as an artist, my research and creations, and I like it that way.

Amparo González Sola,
resident, onderzoeker, choreograaf, danser