Impact Centraal

“Waarom doen we wat we doen?”
“Hoe weten we of dit succes heeft?”
“Wat is succes en hoe stel je dat vast?”

Wat we doen in de culturele sector is niet altijd even grijpbaar, of begrijpbaar. En dat hoeft ook niet altijd. Maar wat als we wél willen begrijpen wat er gebeurt, wat kunst met ons doet? Hoe maken we beleving kenbaar en overdraagbaar?

Tickets, clicks & likes: met deze kwantitatieve elementen meet de culturele sector vaak het eigen succes af. Tegelijk zoekt de sector naar een meer kwalitatieve manier om de zinvolheid uit te drukken. Residenties in Utrecht benadrukt vaak dat we onze individuele deelnemers graag richtinggevende keuzes laten maken. Impact is hiermee een belangrijk begrip, en dat stellen we graag centraal.

In 2021 organiseerden Het Wilde Westen en Residenties in Utrecht een reeks bijeenkomsten om met betrokkenen te spreken, maar ook om impact te ervaren. We nodigden een klein aantal vertegenwoordigers vanuit bijvoorbeeld wetenschap, culturele organisaties, wijkbewoners, fondsen, onderwijs en gemeente uit om live in gesprek te gaan en te reflecteren over wat impact betekent. Op deze pagina vind je documentatie van deze gesprekken, alsook bijdragen van mensen uit de sector over hoe zij over impact denken.

21 juli 2021: Tweede bijeenkomst over impact

Op 21 juli vond het tweede goede gesprek plaats in het Het Wilde Westen over het thema impact van kunst in de maatschappij. Een groep makers, beleidsmakers, subsidiënten en onderzoekers kwamen bijeen om met elkaar van gedachten te wisselen. Enkele citaten uit het gesprek:  

“Impact ontstaat. Moet je niet (te expliciet) (te meetbaar) vooraf definiëren.” 

“How to pay attention to these (small, diffused) effects that were not on our plan?” 

“Impact is a never ending story. It may be elsewhere. It may be later. It may be small. And that’s okay.”  

“Is het tijd voor nieuwe woorden om te kunnen uitdrukken waar we mee bezig zijn?”

Amparo: “A peripheral vision on impact”

De Argentijnse choreograaf en onderzoeker Amparo Gonzáles Sola is als een van onze residenten nauw betrokken bij ons Impact-traject. Bij beide bijeenkomsten deed ze met de aanwezigen een practice. Naar aanleiding van de tweede bijeenkomst over impact schreef ze deze Engelstalige reflectie: 

A few months ago 
Lidy and Maarten from Residenties in Utrecht asked me how I thought about the idea of “impact” in my practice as a choreographer. I realized it was a word that as an artist and as a coordinator of projects I had encountered many times (usually linked to the demand for subsidy or support). 

“What is the impact of your project?” 

I realized that, even having the certainty that this impact exists, knowing that what I do undoubtedly affects (I like this word better) and produces transformations at different levels, it is never an easy question to answer. I try to think why. I wonder, how do we measure the impact of something? What does impact mean? How about the subtle effects? How to talk about the long term effects? What about the diffuse, silent, peripheral (and therefore not less relevant) effects/affects? And, basically, how to perceive this all?

Today: the second session

We start our second impact meeting at Het Wilde Westen. People coming from different areas and backgrounds have been sharing our questions, difficulties, intuitions, but also our tools and strategies in relation to that topic. I am thinking that in the first meeting I found it very interesting to observe how the question of impact addresses artists, curators, project participants, coordinators of community projects, gouvernement workers in very different ways. How from different positions we see differently, which power relations are involved, the privileges and vulnerabilities. It has also been very interesting to observe how it is possible to imagine common strategies to think about it.

2pm

It is July 21st, 2 pm. Before starting the conversation, I start a practice and propose to the other participants (we are about 15 that afternoon) to do an experiment of “peripheral vision”. I tell them that -if it is possible to talk about different modes of vision- peripheral vision would be that which allows us to perceive everything that happens around us when we are focusing on something, that which allows us to walk looking at the phone and know what is going on around us, for example. I tell them also that, while central and focal vision is highly trained and overvalued (another day I would like to expand more on this topic!), peripheral vision is more neglected and undervalued.

Then, I propose that, for a few minutes, we stop focusing on just one thing (which is usually what is in front of us) to open our gaze to everything that surrounds us, at the same time. I propose also that we open our gaze to the most subtle and imperceptible movements, to what is at our feet and on the ceiling, on the left, on the front, on the back. I propose to open our gaze to what is not defined, to what is diffuse, to what is ambiguous, to what is small. To what we haven’t seen before.

While experiencing this way of looking, we begin to walk through the room. Looking in this way allows us to be attentive to everyone in the space, at the same time, to notice if someone stops, if someone speeds up, to notice the environment we are in and how it changes. Little by little, everything becomes relevant, we can perceive things that go unnoticed when we focus on just one thing, we can feel how the decisions, the movements of each one are affecting the rest in a way that is not necessarily proportional or direct.

After the experiment

When we start the conversation, I feel that something opened up, a different sensibility grows between us. The conversation circulates giving rise to different questions, intuitions, desires. In this attempt to think about the impact, from different experiences and perspectives, something is being woven. While biking home, I think: if we change our ways of perceiving (how we look, what we pay attention to, for how long, etc.), we can begin to think about how things impact in a different way. We need that. We need a peripheral vision on impact.

25 mei 2021: Eerste bijeenkomst over impact

Residenties in Utrecht en Het Wilde Westen zijn ervan overtuigd dat een brede blik op impact noodzakelijk is. Makers praten er vooral met makers over, artistiek leiders met andere artistiek leiders, fondsen met andere financierders en wetenschappers met andere onderzoekers. Op dinsdag 25 mei 2021 organiseerden we een interdisciplinair gesprek. Startend met een practice door resident Amparo González Sola kwam een goed gesprek op gang.

Een paar voorbeelden van gedeeld inzicht: 

  • Sturen op impact is ingewikkeld. Impact kan elders dan gedacht plaatsvinden: als zij-effect.
  • Als je tevoren niet kunt voorspellen hoe impact zal plaatsvinden, is impact meten lastig, onmogelijk.
  • Een ietwat macabere metafoor van Brace for Impact sprak aanBij het neerstorten van een vliegtuig kun je je voorbereiden op de klap, maar wat de gevolgen zijn, weet niemand. 

Dichter Ingmar Heytze schreef op ons verzoek ter plekke een gedicht (zie boven) en een column,

Ingmar Heytze: Brace for Impact

De vraag naar de identiteit van impact – want dat is in feite de vraag – doet me, althans vandaag, denken aan de vraag naar kwaliteit zoals Robert M. Pirsig deze stelde in dat beroemde boek dat nauwelijks over motoronderhoud gaat. Wat is het? Waarin zit het? Is het een resultaat of een proces? Wat hoort erbij en wat niet? Bestaat het zonder intentie vooraf en meetbaar resultaat daarna, of verandert het dan in bewijsdrang?

Het gebruikelijke gevaar van iets definiëren is het reduceren tot iets totaal anders, zeker bij zo’n abstract begrip als impact. Is het succes, betekenis, kaartverkoop, een geldprijs met een lelijk beeldje erbij (de VSB Poëzieprijs, die enkele decennia de belangrijkste onderscheiding voor één enkele dichtbundel was, werd ooit uitgereikt in de vorm van een monsterlijk glaskunstwerk dat een Mongoolse melklepel moest verbeelden) – is het al die dingen of geen ervan?

Ik zocht en vond voor impact de volgende synoniemen: draagwijdte, invloed, in-, uit- en werking zonder meer, effect, functie, gevolg, invloed, resultaat, uitvloeisel, uitwerking, voortvloeisel, weerslag. Als je wilt weten hoe ingewikkeld een begrip kan zijn, kun je het tegenovergestelde begrip proberen te vinden. Dat is net zo moeilijk, omdat je het moet operationaliseren voor een bepaalde situatie. Verdedigbare antoniemen voor impact zijn: elandproef, blindganger, mislukking, inertie, vacuüm.

Impact, vermoed ik, want ik kwam door het groepsgesprek in een steeds Pirsig- achtiger stemming, is evenals kwaliteit evenzeer proces als resultaat. In kunst, waaraan toch al niet zoveel meetbaar is, lijkt het me niet meer dan een mogelijkheid, een niet- noodzakelijke, onvoldoende voorwaarde om van kunst te kunnen spreken. Het is mogelijk om een lied te componeren dat een hit blijkt, een roman te schrijven die de Booker Prize wint, een konijn te tekenen dat over de hele wereld bekend wordt. We leven in een stad waarin kunstenaars woonden en wonen die dat voor elkaar hebben gekregen. Niemand zal hun impact ontkennen. Maar ook niemand zal beweren dat zij de enige kunstenaars zijn die ertoe doen, en gelukkig maar, want anders komt impact neer op zichtbaarheid.

Tegelijkertijd kan het knagen: doet die zichtbaarheid er dan niets toe, zeker in deze tijd waarin alles op meetbaar succes wordt afgerekend? Niemand hier wil zo’n hufter zijn als sommige politici die kunst de afgelopen jaren structureel beledigen. Zo bekeken heeft impact, overdacht in het veld van de kunsten, alles te maken met schuldgevoel.

Een erg goede vraag vond ik: zet je schrap voor de inslag en vraag je af wat er daarna gebeurt. Kun je dat weten terwijl je kunst maakt? Het stuk 4.33 van John Cage, dat bestaat uit stilte waarin onwillekeurige geluiden hun plek krijgen, bestaat uit drie delen. Een geluid tussen twee stiltes, is dat impact als er geen echo is?Het tegenovergestelde van je schrap zetten: op de lagere school rende ik vol tegen een deur aan, die normaal gesproken soepel openzwaaide als ik me met mijn handen vooruit tegen het veiligheidsglas gooide. Ik had niet gezien dat de bovenste ruit er niet meer in zat, en klapte verbaasd dubbel over de deur heen, waarbij alle lucht in één klap uit mijn lijf geslagen werd. Niet lang daarna liep ik tijdens een expositie van hyperrealistische kunst in het Centraal Museum keihard met mijn hoofd tegen een muur, waar een levensechte trap naar een niet-bestaande kamer op was geschilderd. De rest van mijn jeugd bracht ik aanmerkelijk voorzichtiger door.

Mogelijk is impact, in relatie tot kunst, een moment, en wel een moment waarin bij iemand iets teweeg wordt gebracht, dat meer is dan alle onderdelen die nodig waren om het teweeg te brengen. Satori als ultieme impact, zoals totaal verbaasd tegen een glazen wand aan knallen of je schrap zetten voor iets dat niet komt, zoals in de natuur staan en je afvragen waarom je je opeens met alles wat leeft verbonden voelt, alsof kijken naar de natuur neerkomt op kijken naar God die zich nét heeft verstopt.

25-05-2021
Ingmar Heytze

Dorothe Lucassen“Kun je het meten? Wil je het meten?”

Rara wat is het
Het is niet in ‘n woord of 1 woord te vatten, het kan veranderen en het is voor iedereen anders. Het kan flink zijn, positief of negatief. Het kan onnavolgbaar zijn. Je kunt het erover hebben met anderen, Je kunt het aanvoelen. Je kunt het herkennen. Je kunt het weten. 

Het wordt op dit moment vaak genoemd in verband met ‘wat de maatregelen met ons doen’. En dan horen we wat we als mens te verduren hebben als we niet bij elkaar kunnen komen, niet samen naar muziek kunnen luisteren, niet samen kunnen zingen, niet met elkaar dansen of reageren op elkaars lichaamstaal, geen toevallige ontmoetingen hebben, geen omgeving waar we ‘iets nieuws’ tegemoet gaan. 

Er worden allerlei betekenissen genoemd die zo zichtbaar en voelbaar zijn nu we dingen niet kunnen of mogen. Al die dingen die we missen en die we nu durven hardop uit te spreken. We lijken geholpen te worden door de crisis. Of zijn we pas geholpen als we handelen naar dit weten, herkennen en voelen.

Rara, wat is het, dat het ons doet. Dat inwerkt op ons en doorwerkt in ons leven.

We doen ervaringen op, met elkaar en in die ervaringen kunnen we van alles gewaarworden. Op het moment zelf heeft de ervaring een werking, een inwerking, of krachtige inwerking. Een werking die nog na kan zingen – dagen, weken of langer. En steeds kan de werking andere betekenissen krijgen in andere contexten. 

Als we met tien mensen naar een theatervoorstelling kijken, dan zal de gedeelde ervaring voor iedereen een eigen uit- of in- of nawerking hebben. Want zijn we met tienen, dan zal de uitkomst door tien mensen verschillende waardes brengen en hoe interessant is dat om onder ogen te zien. Die waardes te delen en die te verdiepen.

En die waarde zal, voor elk van die mensen net na de ervaring anders zijn, dan een week later of mogelijke weken later. En zo ook een muziekles of het spelen in een theaterstuk, het meedoen aan een battle. Of het toegezongen worden bij je eigen voordeur met een speciaal voor jou geschreven lied.

Kun je het meten? Wil je het meten?

Het woord dat we zoeken doet me ook alweer oud aan. En de associatie heeft dan betrekking op dat we iets meten om aan te kunnen tonen dat we ‘ertoe’ doen. Liever ben ik dat voorbij en begeef ik me in ontmoetingen, waarbij elk persoon zichzelf ontwikkelt samen met anderen in iets waarin eenieder zich wil ontwikkelen. Niet bepaald door iets van buiten dat de waarde meet in een meetinstrument dat niet persoonlijk is en van een ander tijdperk lijkt.

Dorothe Lucassen
Directeur-bestuurder Het Wilde Westen
8 april 2021

Aart van der Maas: Impact maken, een kwestie van vertrouwen

In meerdere sectoren van onze samenleving is er discussie over wat impact maken is. Er klinken kritische geluiden dat de overheid en organisaties top-down, ‘evidenced based’ en marktconform gestuurd beleid en daarmee samenhangend doorgeslagen bureaucratisch beleid los moeten laten. Daarvoor in de plaats moeten bijvoorbeeld burgerinitiatieven gefaciliteerd worden om via cultuurparticipatie, ‘bottom-up’ en ‘practiced based’ relevante maatschappelijke veranderingen in gang te zetten.

Er zou sprake zijn van een transitie of paradigmawisseling, waarbij men een verschuiving in perspectief wenst van meer instrumenteel, efficiënt en top-down gestuurd werken naar meer spontaan, ervaringsgericht, organisch, dialogisch en coproducerend samenwerken. De nadruk van het nieuwe perspectief ligt niet meer op winstmaximalisatie maar op het creëren van maatschappelijke meerwaarde.[1]

Op alle niveaus, van zogeheten ‘top’ tot ‘down’, veren mensen enthousiast op uit hun stoel. Voor deze transitie zijn niet alleen burgers en professionals uit de praktijk, maar ook beleidsmedewerkers van bijvoorbeeld fondsen en (lokaal) overheidsbeleid te enthousiasmeren. Steeds komt daar weer die vraag: “Maar hoe dan, hoe kunnen we meten of wij of zij het goed doen?”. Het antwoord is misschien het stellen van een andere vraag, namelijk: hoe kunnen we aan elkaar vertellen dat we het goede doen?

Dat zoekproces lijkt zich, in een wereld die zich in een ‘organische’ of een ‘meervoudige’ (economische, ecologische en sociale) crisis bevindt, te kenmerken door ambiguïteit.[2] In dat onzekere proces is er, onder andere binnen de culturele sector, een reflex om in terug te grijpen op bekende beleidsinstrumenten om kunstenaars en kunstinstellingen, met de zogenaamde objectieve meetlat en quota, de maat te nemen. Dat is tegen beter weten in, omdat iedereen met een beetje kunsthistorisch besef wel weet dat kunst zich niet laat meten en dat de impact van kunst in een waardevol, subjectief en dynamisch proces van betekenisgeving tussen mensen tot stand komt. 
 
Misschien is het ambitieus, idealistisch of zelfs naïef (wat overigens in het genoemde verschuivend perspectief als een compliment gezien kan worden), maar de voorwaarde voor het ontdekken van impact is het besef dat men elkaar kan vertrouwen. De meeste mensen deugen immers, zoals Rutger Bregman in zijn gelijknamige boek uiteenzet. We moeten dat alleen wel willen zien om van daaruit in een wederkerig proces plaats te maken voor het samen beleven en weten van impact maken. Daarin worden geüniformeerde, op consensus gerichte modellen, losgelaten.

Impact maken is geen doel, geen ‘output’, maar komt tot stand in het voortdurend proces waarin culturele verschillen en uitingsvormen worden omarmd. Cultureel dominante uitingsvormen, zoals bijvoorbeeld de gesproken en geschreven beleidstaal, komen ter discussie te staan waardoor er ruimte ontstaat voor de zeggingskracht van andere manieren van communiceren. Meerstemmigheid en de pluriformiteit aan talen, via bijvoorbeeld beeld, muziek, dans, is eigen aan de kunsten. Het is daarom opmerkelijk dat de kunstensector zich afgelopen decennia heeft laten verleiden om haar impact in de samenleving in neoliberale cijfers en woorden uit te drukken. De kracht van kunst ligt immers ergens anders. In haar geschiedenis ontmaskert zij keer op keer een door de dominante meerderheid gecreëerde samenleving en geeft zij ruimte voor verschil van inzicht en betekenis zodat mensen de wereld anders kunnen duiden en inrichten.
 
Kunst gedijt op onzekerheid. In onzekere crisistijden kan zij een bijdrage leveren om dominante neoliberale impactmodellen van de afgelopen decennia te relativeren. Binnen de wetenschap zijn bijvoorbeeld in Arts-Based Research aanknopingspunten te vinden hoe impact tot stand komt en hoe dat op wetenschappelijk manier bestudeerd kan worden. De kunsten hebben een bijzondere rol in deze onderzoeksmethode. Naast praktisch relevant, als ook methodisch grondig (‘het ware’) en ethisch verantwoord (‘het goede’), wat vereisten zijn voor ieder wetenschappelijk onderzoek, geldt er een extra esthetische kwaliteitseis. ‘Esthetisch’ komt uit het Grieks en betekent letterlijk: voelen, zintuiglijk gewaarworden.

In en door praktijkgericht Arts-Based Research kunnen mensen elkaar raken in het doorgronden van culturele, complexe vragen die met alle betrokkenen vanuit verschillende ervaringen en perspectieven bekeken worden, zodat er ruimte ontstaat voor nieuwe, waardevolle oplossingen.[3] Die oplossingen zijn niet vooraf meetbaar, dus daarover worden van tevoren geen afspraken gemaakt. Als er vertrouwen is, beperken afspraken zich tot een zorgvuldig ingericht proces waarin wederkerigheid en meerstemmigheid de basis zijn voor impact.


[1]Helleman et al., 2019Trienekens, 2020
[2]Gielen, 2020Peeters, 2015
[3]Van Heijst, De Vos & Keinemans, 2019

Aart van der Maas is musicoloog en is lid van de redactieraad van Residenties in Utrecht. Hij doet promotieonderzoek aan de Universiteit Antwerpen naar inclusieve culture commons en wijkcultuurhuizen in stad Utrecht en geeft leiding aan de Master Community Development, Hogeschool Utrecht.
10 maart 2021