Residentie Residenties komt met reflecties

  • DatumWed. 1 Apr. 2020

Het jaar 2020 wordt gedomineerd door de uitbraak van corona. Het culturele leven is hard geraakt, en er zijn momenten dat instellingen hun deuren moesten sluiten. Voordeel van het leven in deze tijd is dat we nieuwe wegen creëren om wat we belangrijk vinden, te kunnen blijven doen. Daarvoor moeten we zoeken, en dat doen we allemaal. Nieuwe wegen, andere impact. Ook de activiteiten van Residenties in Utrecht gingen niet of in andere vorm door. En waar onze internationale kunstenaars hun inspiratie en visie normaal in fysieke ontmoetingen delen, ten tijde van corona doen zij dat ook digitaal. We hebben ook vertegenwoordigers van onze partners gevraagd wat corona voor hen betekent.

Rainer Hofmann: “Blijf zwemmen, bouw een ARK en troebel water wordt eens weer helder” 

Vanwege corona kon festival SPRING in het voorjaar niet doorgaan. Vandaag gaat SPRING in Autumn van start, in XXL-versie van drie weken, met theatervoorstellingen die passen binnen de beperkingen, bijna zonder traditionele publieksopstelling. Tot op het laatste moment was het onduidelijk of SPRING in Autumn wel door kon gaan. Wat betekent deze onzekerheid voor je festival? Rainer Hofmann, artistiek directeur van SPRING, beschrijft het in zijn reflectie.
“Three years ago I quoted the American writer David Foster Wallace in my opening speech for SPRING Festival:There are these two young fish swimming along and they happen to meet an older fish swimming the other way, who nods at them and says: “Morning, boys. How’s the water?” And the two young fish swim on for a bit, and then eventually one of them looks over at the other and goes: “What the hell is water?”

I was claiming that art can tell us about the water we are swimming in. Now, with Covid-19, there is a new situation. The water is so troubled by the virus, and we all are like the young fish.

In May we had to cancel SPRING. But we created an extended version of our second edition SPRING in Autumn which is corona proof as long as there is no lockdown. Will we open it on the 28th of October? I do not know it at the moment that I write this text. With admirable resilience the whole SPRING team works on something which might take place or not. They keep on swimming.

This virus overshadows everything we do and feel. It looks like the biggest crisis since World War Two. But is it, politically speaking? As a friend said: We do not live in Syria and we have no bombs falling on us. Not all, but many of us live through this time in pretty nice houses. Believing in science, I ask myself, are we not getting distracted from other topics?

All the conspiracy theorists who find their growing echo chambers on those social media, whose business model is based on polarization? Populists who feed on them? A growing number of people who cannot be reached by reason anymore? Facts which are not seen as such anymore? Truth which does not count as truth anymore, because everything has become just an opinion? Our polarized society?

The troubled water with the virus in it accelerates these developments. And should we not ask ourselves why we have such a vulnerable health system with its minimized medical capacities after 10 years of neoliberal government? And then I have not even started to talk about climate questions.

Coming back to the virus, how can we as artists and organisers not fall into depression and paralysis, lacking perspective as all of us do? But is it not something we are good at, finding a way in troubled water? Creating our own light? I think of a project we do together with the British theatre company Quarantine (what a name!) and its artistic director Richard Gregory, also in cooperation with Residenties in Utrecht.

Their project called ARK is about borders in our urban society. We want to declare the city of Utrecht an ARK. We want to move borders. We want to create artistic encounters of diverse groups and people in Utrecht.

We plan this ARK for May 2021. We keep on creating. It is the best we can do. Swimming on, building an ark, waiting for the troubled water to become clear, sketching a path, finding a way, for us and others.”

Rainer Hofmann
Artistiek directeur SPRING
22-10-2020

 


Cobie de Vos
Reflecteren op corona: hoe? Of anders?

Cobie de Vos is directeur van Het Huis Utrecht en is daarnaast lid van de redactieraad van Residenties in Utrecht.

Cobie de Vos
Reflecteren op corona: hoe? Of anders? 

“Reflectie op corona. Ik merk dat ik dit moeilijk vind. Reflecteren zegt iets over de tijd die achter je ligt, dat wat je hebt meegemaakt. Hoe je daarop terugkijkt en wat je eruit kan leren. Maar zover zijn we nog lang niet. Voor de zomer voelde het alsof de tijd van stilstand te kort was. Het leek alsof we er allemaal iets uit wilden halen, iets wilden leren van de stilstand. Ik hoorde van veel mensen om me heen dat ze meer tot rust kwamen, het sociale leven niet achterna hoefden te rennen en dit vast wilden houden, ook na corona.

We hadden, en hebben, blijkbaar behoefte aan een andere levensstijl, anders in het leven staan, er meer voor de ander zijn, tijd nemen om ons heen te kijken. En toen kwam de zomer. Toen mochten we los. En nu zien we na een ‘vrije’ zomer vooral de beperkingen: het doembeeld om tot juli 2021 bekneld te zitten in maatregelen. Niet of nauwelijks vooruit te kunnen, vol onzekerheden over baanbehoud, gezondheid en met een grote hang naar het sociale contact dat door iedere nieuwe overheidsmaatregel nog meer ingedamd lijkt te worden. Mensen komen in opstand en willen terug naar het oude normaal.

Maar dat normaal gaat nog lang duren en de vraag is of we hier helemaal naar terug kunnen. Ik begrijp alle gevoelens en merk ook dat ik hier zelf mee worstel. Een seizoen lang geen Huis met een open deur maar alles op maat, op de 1,5 meter afstand van elkaar. Voor de zomer stonden we met Het Huis in de overlevingsstand. Nu, na de zomer, komt voor ons het moment van bezinning: hoe gaan we als Huis deze tijd benutten om te kijken hoe we verder willen na corona? Een vraag die denk ik voor het hele culturele veld geldt. Voor elke instelling afzonderlijk maar ook voor de culturele sector algemeen.

Voor een reflectie op corona is het te vroeg. Reflecteren op de tijd voor corona is nu het uitgelezen moment. Er is veel mis in de sector en dat hebben de crisis en het subsidiecircus ook weer aangetoond: we zijn te kwetsbaar, het ecosysteem is niet voldoende op orde en we weten elkaar ook te weinig te vinden als de nood aan de man is. De solidariteit is dun. Willen we het anders, dan is nu het moment om hierover in gesprek te gaan. Het komend seizoen wordt anders dan anders. Laten we die kans benutten om te kijken hoe we dit nog meer tot een experimentjaar kunnen maken, sectorbreed. Dit om eerste bouwstenen neer te leggen voor een sterkere cultuursector na de crisis. Laten we reuring maken om niet terug te hoeven naar het oude normaal.”

Cobie de Vos
23 september 2020


Amparo González Sola
Nothing to Watch

Amparo González Sola zoomde de afgelopen maanden mee. Fysieke workshops konden even niet, maar zoals ze in haar praktijk als danser en choreograaf gewoon is – niet bedenkend wat er niet meer kan, maar bedenkend wat er wèl kan – gaf ze audiotrainingen om aan zoomen een andere dimensie te geven. Wat betekent de verplichting om afstand te houden voor onze manier van leven? “Ik verzette me tegen het vertalen van mijn praktijk naar een online format. Ik vroeg me af hoe ik ruimte kon blijven creëren voor fysieke ervaringen en gedeelde reflectie, buiten de overwegend digitale en visuele vormen van zoomen en streamen. In haar online trainingen vraagt ze je de camera bij zoom uit te zetten en te luisteren.

Luister: https://vimeo.com/440646691/120a1cf0c4

Amparo González Sola
23 juli 2020 



Lidy Ettema
coördinator Residenties in Utrecht

Iedereen op deze aardbol en dus ook Residenties kreeg te maken met de uitbraak van corona. Activiteiten werden afgelast en internationale kunstenaars deelden hun inspiratie digitaal. Hoe denkt Lidy Ettema, coördinator Residenties in Utrecht, hierover? En wat betekent de subsidietoekenning in het kader van de Utrechtse cultuurnota voor het project dat ze van het prilste begin coördineert?

Hoe beleefde jij de uitbraak van corona?
“De uitbraak van een wereldomvattend virus en de impact op ons dagelijks leven zetten ons allemaal in actie. Directe actie was nodig rondom ons lopend programma – we hebben al onze activiteiten afgelast. Dat is niet fijn – vooral niet voor de internationale kunstenaars en de organisaties met wie we samenwerken.

We hadden in januari met veel aandacht onze aanvraag in het kader van de Cultuurnota ingediend, wilden aan de slag met bootcamps van Bellingcat in Sittard en Utrecht – waar visualisatie een rol gaat spelen – en onze nieuwe resident Richard Gregory zou in april en mei door Utrecht trekken om zijn residentie vorm en inhoud te geven. Dat gingen we voorbereiden. Maar: dat kon dus even niet.

In de daaropvolgende maanden zoomden we erop los. Geweldig dat dat kan, dat we ons nieuwe werkvormen eigen maken, die ook onze planeet een beetje sparen. Maar – online onderzoekscollectief Bellingcat gaf het al aan – zelfs waar het gaat over digitaal werken, is fysiek contact onontbeerlijk. Dat merken we keer op keer in ons werk: gesprekken, oogcontact… Dat doet iets met je, iets wat in zoomen niet ontstaat.

Maar dat zijn allemaal dagelijkse acties, besluiten, organisatie of overlegsituaties. Van veel groter impact is ons aller reactie op dit virus. Kunnen we terug naar normaal? Willen we terug naar wat we normaal noemden? We spraken veel met onze partners en residenten en hoorden hoe verschillend zij allen de uitbraak van corona beleefden. Dat bracht ons op het idee hun reflecties te gaan delen, wat een zeer interessante reeks van artikelen aan het worden is. Daar gaan we nog wel even mee door; want de effecten die dit microscopisch kleine virus op onze hele aardbol heeft zijn immens, in negatieve, maar toch ook in positieve zin. Wat zijn consequensties voor onze dagelijkse beroepspraktijk en wat betekent dit in het vormgeven van de toekomst? Kunnen we een nieuwe wereld gaan creëren, waarin we schadelijke gewoonten die we er op na houden vervangen worden door betere acties?”

En nu?
“Maatregelen worden versoepeld, dat is fijn. Het is best aangenaam om gewoon weer eens partners in de ogen te kunnen kijken. Dat maakt het een stuk makkelijker nieuwe contacten te leggen tussen residenten en jullie allen, onze achterban.

Met een aantal partners zijn we aan het denken hoe we de impact van ons omgaan met dit virus om kunnen zetten in de keuze van onze nieuwe residenten. Hoe we als Utrechtse organisaties kunnen denken en werken aan een toekomst die we opnieuw vorm kunnen geven. Onze voedselketen, de wereldwijde verbondenheid in onze economische organisatie, onze dagelijkse verbondenheid met iedereen om ons heen.

Intussen: we mogen weer, en dus zijn ook wij onze plannen aan het bijwerken. De reeks bootcamps van Bellingcat hebben een nieuwe datum, Richard Gregory komt in het najaar en we maken ook weer fysieke afspraken om over nieuwe residenties te spreken. En ondertussen kwam het goede bericht dat onze cultuurnota-aanvraag is toegekend. We zien er naar uit om Residenties de komende vier jaar verder uit te bouwen.”

Want wat zie je voor ogen?
“Als moderne stad zit Utrecht vol grenslijnen. Tussen jong en oud, wit en zwart, gezond en ziek, oost en west, religieuzen en atheïsten, Tuindorp en Overvecht, Lombok en Oog in Al, hier en elders geboren, handwerkers en universitair geschoolden, creatief en uitvoerend, leiders en volgers, inwoners en beleidsmakers. Tussen mensen die zich wel of niet bewust zijn van klimaatverandering, mensen die veel of weinig technologie in hun leven gebruiken, mensen die queer zijn, hun gender ter discussie stellen, of niet. Kunnen we als Residenties met jullie een platform vormen, dat onze kunstenaars in staat stelt deze grenzen te slechten.

Residenties ontwikkelde zich tot nooit af en kant-en-klaar programma. Maatwerk is essentiëler dan we ooit dachten. We werken vanuit de kunst, en door de inspiratie van de internationale maker centraal te stellen tijdens zijn verblijf in Utrecht, ontstaan bij organisaties en deelnemers gelijke ervaringen. Vijf jaar geleden begonnen we als experiment en we leren steeds beter wat werkt: hoe we onze twee nieuwe residenties per jaar delen met een breed gezelschap aan samenwerkende organisaties uit Utrecht en regio, en iedereen die daarmee verbonden is. We zijn nu een stichting, met een bestuur; onze redactieraad denkt vanaf het begin met ons mee. We zijn geworteld in de stad.”

Lidy Ettema
9 juli 2020


Aart van der Maas
Niet oplappen maar herontdekken

Aart van der Maas is musicoloog, doet promotieonderzoek naar inclusieve culture commons en is opleidingsmanager van de Master Community Development, Hogeschool Utrecht. Daarnaast heeft hij zitting in de redactieraad van Residenties in Utrecht.

Aart van der Maas:
Niet oplappen maar herontdekken

Het overheidspakket van coronamaatregelen om het coronavirus terug te dringen, is een dreun geweest voor de culturele sector en iedereen die daarbinnen werkt. Jarenlang neoliberaal beleid heeft culturele instellingen verleid tot het aanbieden van commercieel aantrekkelijke, aanbodgerichte programma’s voor het grote en exclusieve publiek. En ineens was er geen publiek en dus geen geld en lijkt de kunstensector de rol die het moet vervullen in crisistijd te zijn verleerd. De verleiding is groot om de pijn te verzachten en snel en van bovenaf met noodpakketten en oplossingen te komen. Begrijpelijk, maar de kunsten laten zich niet zo makkelijk inkapselen.

De coronacrisis is nog niet voorbij en de eerste rapporten worden gepubliceerd. Het Sociaal Cultureel Planbureau komt met een eerste analyse van de mogelijke maatschappelijke gevolgen en implicaties voor beleid. De schrijvers doen dit ‘met een slag om de arm wat betreft de uitputtendheid van de kennis en de toepasbaarheid ervan in de nog niet eerder vertoonde situatie waarin de Nederlandse samenleving zich nu bevindt’ (Kuypers & Putter, 2020, p. 29). En hoe kan het ook anders. De coronacrisis laat zich omschrijven als een ‘wicked problem’. Kenmerkend voor dergelijke problemen is de complexiteit: er is nog onvoldoende kennis en er is geen consensus over de mogelijke oplossingen.

De rijksoverheid publiceerde onlangs de Brede Maatschappelijke Heroverwegingen (BMH6). Er wordt inzicht gegeven in mogelijke beleidskeuzes voor de toekomst van Nederland op de langere termijn. De overheid zoekt de oplossing in de richting van een inclusieve samenleving en één van de 27 aangekondigde maatregelen is: ‘Intensivering inzet op inclusief sporten en cultuurparticipatie’ (p. 46). In het rapport wordt inclusie geschetst als een ‘product’ dat in feitelijke in- en uitsluiting omschreven kan worden: “Een inclusieve samenleving is een samenleving waarin mensen volwaardig kunnen participeren”. Sociale participatie verwijst naar de deelname aan het maatschappelijke verkeer via informele sociale contacten en via georganiseerde sociale participatie zoals (cultuur)verenigingen (p.6). Deze omschrijving zegt nog niet veel over de kwaliteit van de relaties tussen mensen.

Inclusie gaat niet alleen over of mensen wel of niet deelnemen. Inclusie kan, anders dan een ‘of-of’ resultaat, ook omschreven worden als een ‘en-en’ proces; van het zichtbaar maken van (culturele) verschillen, conflicten en verschillende identiteiten om tot nieuwe vormen van samenleven te komen. Dit proces kenmerkt zich door ambiguïteit die zich, aldus Pascal Gielen, opdringt ‘wanneer we het andere in onszelf ontdekken’. We kunnen het niet meer negeren, maar weten er ook (nog) geen raad mee. Zoals de actor-netwerktheorie van Bruno Latour leert: we zijn geen of-ofwezens maar en-engedrochten’ (Gielen, 2020). De kunsten kunnen in dit proces een cruciale rol spelen (Otte & Gielen, 2019). Niet in de vorm van top-down en aanbodgericht community arts projecten, maar als community-based arts projecten, waarbij in het artistieke proces ruimte is voor verschillen, (her-)ontdekken en betekenisgeving tussen bijvoorbeeld wijkbewoners, kunstenaars, zorgverleners en beleidsmedewerkers. Het samenwerken in niet-hiërarchische gemeenschappen is daarvoor kenmerkend. Deelnemers krijgen de mogelijkheid hun behoeften, wensen en identiteiten vorm te geven, dan wel er uitdrukking aan te geven. Een goed sociaal artistiek project komt met andere woorden ten goede aan alle betrokkenen (Van der Maas, Hamers & De Vos, 2019).

De vraag is of dergelijke projecten binnen de muren van het theater of beter kunnen plaatsvinden in de haarvaten van de stad. Residenties in Utrecht heeft al voor de coronacrisis laten zien dat het hierbij ook gaat om ‘en-en’. In de werkwijze van choreograaf Amparo González Sola ontstaat bijvoorbeeld ruimte voor een inclusief proces doordat ‘reciprociteit’ in het artistieke concept onderzocht wordt. Zij is samen met de deelnemers van het artistieke proces, net als alle andere residenten, te vinden op straten, pleinen, het theater, in het klaslokaal en in zorginstelling. Zoals gezegd, de kunsten laten zich niet inkapselen.

En het publiek? Voor de coronacrisis konden zij in het pluche en verstopt in de donkere zaal nog enkel toeschouwer zijn. Nu we van de eerste schrik bekomen zijn, ligt er de belangrijke taak voor de kunsten om met het publiek (en andere nog niet betrokken deelnemers) experimenterend te denken en te doen om op een inclusieve manier door de coronacrisis heen te komen. Niet van bovenaf aangestuurd door een artistieke leiding, maar via een wederkerig proces, als een rivier meanderend en soms hier en daar overstromend. In de kunstgeschiedenis zijn genoeg sprekende voorbeelden te vinden van kunstenaars die niet wegkijken of oplappen, maar zich midden in de crisis wurmen. Neem de antifascistische werken van Grosz, de antikapitalistische stukken van Brecht, het Werktheater, orkest De Volharding die de buurt als podium zag. Of een compositie als ‘Porn Wars’ van Zappa en meer recent de kritische werken van Ai Weiwei. Kunst en crises gaan hand in hand. In de huidige coronacrisis is het hoog tijd dat kunst zich weer van haar beste kant laat zien. Het is immers niet meer de tijd van toedekken, maar herontdekken.

Aart van der Maas
3 Juni 2020


Nina van der Zouwen
Terug naar de kern van ons bestaan:
onze kunst

 

Nina van der Zouwen (foto: Nathan Clark) is de oprichter van creatief platform NEVA, een organisatie die zich richt op de dansgemeenschap in Utrecht. Hier bouwen zij aan een veilige thuisbasis waar dansers en andere creatievelingen kunnen samen komen, om zich te oriënteren, ontwikkelen en elkaar te inspireren. En streven ze naar een omgeving waar authenticiteit en diversiteit omarmd worden en waar community niet alleen het middel, maar het doel is. Nina is afgestudeerd aan de Urban Dansopleiding ROC Midden Nederland en is lid van het bestuur van Residenties in Utrecht.

Nina van der Zouwen:
Terug naar de kern van ons bestaan; onze kunst

Lege studio’s left and right, 40 haperende gezichtjes in een ‘Zoomles’, die allemaal nét niet op de muziek bewegen en, confronterend maar waar, een conditie die toch iets meer onderhoud nodig had dan we dachten. We zitten een aantal weken diep in de coronacrisis en wat ligt onze wereld overhoop.

Na vele, met zuchten gevulde, gesprekken met mijn collega’s, met hier en daar een virtueel gedeeld, hoopgevend drankje of jointje, – want let’s be honest, wie weet nog hoe laat het is – blijkt dat ik, en een hoop dansers met mij, deze eerste weken voornamelijk thuis hebben doorgebracht. Proberend de schrik enigszins te boven te komen.

Tenslotte waren we niet alleen per direct praktisch al ons werk kwijt, ook ons vooruitzicht op werk voor de maanden tijdens én na deze crisis verdween als sneeuw voor de zon. Om het nog niet eens te hebben over het feit dat de meesten van ons onze passies en hobby’s hebben vervormd tot onze kostwinning en we nu datgeen waar we normaal onze rust, voldoening en verbinding in kunnen vinden, niet kunnen uitoefenen.

Maar, naarmate ook mei langzaam aan ons voorbij gaat, en we de grootste shock van ons af weten te schudden, zien we mogelijkheden verschijnen. Zoals onze teachers ons geleerd hebben, liggen onze roots in innovatie, community en bovenal the hustle. Het overleven en leren omgaan met het leven, terwijl we tegelijkertijd onze medemens een spiegel voorhouden. Het delen van knowledge was hierbij les nummer één en zo zie ik steeds meer dansers elkaar inspireren om deze tijd te gebruiken om te reflecteren en te groeien. Om onze intenties en ambities te onderzoeken en de mogelijkheid aan te grijpen om ons eens echt te focussen op dat wat ons innerlijke vuur doet aanwakkeren. Het drukt ons met onze neus op de feiten, en schijnt een licht op onze tekortkomingen.

Tijd komt vrij, onze excuses raken op en de zelfsabotage die velen van ons maar al te goed kennen heeft geen poot meer om op te staan. Misschien was dit net dat zetje wat we nodig hadden om terug te gaan naar onze eigen educatie, ware het oppikken van extra fysieke trainingen, het zoeken van verdieping in boeken en urenlange gesprekken of simpelweg het maken van extra uren, in de lege studio’s of buiten op het grasveld.

Al met al lijkt het een blessing in disguise. Een aantal van ons mocht een tegemoetkoming ontvangen en de “lucky few” die normaal gesproken menig uur in de week zagen wegsterven in de noodzakelijke bijbaantjes worden nu deels doorbetaald. En het voelt ergens als een beloning. Een welkome adempauze waarin we eindelijk terug kunnen naar de kern van ons bestaan; onze kunst.

En ook al moet dat hier en daar van een afstand of zelfs digitaal, onze wereld kende al geen grenzen. Het heeft ons doen realiseren hoe dankbaar we mogen zijn voor onze cultuur en we voelen ons misschien zelfs meer verenigd dan ooit.

We omarmen onze community en verspreiden de liefde. Liefde voor onze cultuur, onze kunst en elkaar.

De gebruikelijke jamsessies worden gejoind door onze mededansers uit Japan, Italië en Noorwegen, die we normaal een of twee keer per jaar zien. Onze nachtelijke choreografiesessies delen we met onze Argentijnse collega’s. En eindelijk kunnen we nu vaker dan eens les volgen van die ene Amerikaans OG, op wiens kennis we normaal gesproken jaren wachten.

We proberen de positiviteit zwaarder te laten wegen dan de negativiteit en hopelijk mag deze tijd een reminder zijn om onze prachtige cultuur extra lief te hebben en deze straks op dagelijkse basis te blijven delen buiten onze eigen grenzen. Maar, laten we dan wel elkaars waarde blijven respecteren, en de respect voor ons vak en onze kennis voorop zetten. After all, kunst maakt deze tijd een stuk draagzamer, but that doesn’t mean we have to give it away for free.

Nina van der Zouwen
29 Mei 2020


Randa Awad
A visit in the corona time (a short story)

Randa Awad is schrijver en publicist, afkomstig uit Syrië, van Palestijnse komaf, en nu in Utrecht woonachtig met haar twee dochters. Awad schrijft korte verhalen, poëzie, theater en artikelen en in 2018 verscheen haar boek ‘Homeland, Bread and Memory’. Als internationale kunstenaar, levend in Utrecht, deelt ze de komende tijd met enige regelmaat haar visie op de Utrechtse samenleving. Haar reeks bijdrages start ze met het speciaal voor deze gelegenheid geschreven korte verhaal ‘A visit in the corona time’.

Randa Awad: 
A visit in the corona time (a short story)

My mobile phone rang and my mother’s name fluttered like an angel on the screen, I imagined the conversation before I picked up the phone and as usual an electronic shower of blessings and prayers will keep the evil eyes away. But this time I am disappointed.

-Do you remember Intesar* ?

– No really, I don’t, why?

– How not! The daughter of  Am Hossam, she was our neighborhood in Damascus alley, she was working in a sewing factory, and used to take some girls to work there, but not you. The important thing that she is now in the Netherlands.

– Hollanda* welcoming here.

-Oh, Randa, you are like your mother, welcomes people and relatives.

-You get me wrong…

Two hours later, Intesar sits in my place at the round table, I am hearing her roar, seeing her foam. She is stretching her neck like geometric shapes, telling stories using all her senses benefitting from her body language as if  she was displaying mime scenes.

So Madam Corona is the one who makes you come from Italy, and your relative in Germany refuses to receive you, the reason is that your brother, you sit with him, is suspected to be infected by the coronavirus. I wish the situation will be good, don’t worry, you are welcome until the issue will improve.

Mrs. Intisar does not shut up for a moment, she speaks like a radio broadcast throughout the day, the disturbing thing that I have been living here with my daughter for three years and she is relatively quiet and I do not speak as much as I listen and read. So, the sudden presence of Intesar in my house spreads chaos.

I imagined her as a large tongue hits the teeth like the raging sea waves hit the rocks. What made me more tired is that I had to focus with her as she was stopping suddenly and asked me my opinion of what she said.

The first thing that took my attention was her ability to create conversation from any trivial subject, the talk was branching out, for example, we started talking about chocolate and we ended up that America is one of the major causes of the world destruction. Our guest does not make an effort to start with an idea and develop it, she is a master in carving pain in her heart like the craftsmen of Al Ghouta turning the wood board to a piece of mosaic art.

As we sat down, she jumped like a spring that escaped from a pen pipe and opened the curtain saying “Open the curtain”.

– who close it?

Randa, are you the one… ? Then she asked my daughter the same.

I tried to use the body language. Maybe she could understands my discomfort, so I closed one eye and put the palm of my hand over my forehead, but she pointed me to move to the nearby sofa, crumping: move to the other side.

After that she started a long discussion about vitamin D, the sun and her story that she went to the doctor who prescribed her vitamin D and recommended her to expose to the sunlight but no positive improvement happened. Then she asked my daughter to bring her bag, she took out the medicine, we read the patient information leaflet, the formula, and the use till the last word.

Not only did we compare the two medical insurances between the two countries, she went too far suggesting that I have to send tips to the medical insurance company in the Netherlands to improve their treatment, especially with refugees, adding such proposals in those countries are taken seriously.Believe me for a second I thought we were preparing a program to save the world.

In reality, my energy was consumed by this kind of dialogue which is similar to those skills that are nothing but a waste of time,  even it has no benefit, like the one that broadcasts on the entertainment programs on television, a man eats glass and another places a nail in his nose… And our visitor topics are like nails and glass pieces.

Our visitor used to sit for hours next to the window looking outside. Her eyes catch something we do not see, her pupils like a magnet, attracted to it until it becomes out of her sight and when it is swallowed up by the horizon her mind builds stories out of it. She often gets terrified that she comes out what is in her coat pockets of dried paper napkins so the white dust flys out of them, bills and hair tweezers she puts them in her lap and anxiety is clear on her, at the end we find out that she is looking for her mobile that she puts somewhere else so we all calm down with an exaggerated dramatic scene.

A few days later, I felt that all my muscles were in spasm and I was nervous, I surprised of myself  how many books I read about controlling stress, adapting to change and others. I thought it is necessary to have a meditation session, I previously had recorded one of these sessions on my mobile so it came to my mind to put the headphones and start relaxing. Since my visitor was to take a bath, I felt that I had to seize the opportunity, my behavior seemed unfamiliar to me and as two runners we split up, quickly I wore my pajamas, I got rid of my hair tie and dimmed the lights in the living room. I  started thinking about my future goal, which is publishing a book, but with Intesar either that will not be accomplished or will be a kind of Kafkaism books. Then I started deep nose breathing, exhaled it slowly out of my mouth tapping my finger between the eyebrows to reach the focus, thinking of nothing, to inter the alpha phase of brain vibrations then relaxing the muscles of my eyes to the point that I couldn’t rest them anymore so they became closed. After that, I steeled the rest muscles and at that point, I had to cancel any external sound I heard and focus on the sound of recording to deepen the meditation. Unfortunately, the sound of Intesar asking for something that I tried to ignore, but she woke up my muscles and leached them like the runaway horse.

She was repeating over my head: Who poured the coffee and wiped it with the white towel?… Randa, is it you?

My muscles no longer knew what to do to paralyze or to become stiffening.

– Aunt Nasoura, my love, did’t you see that I am relaxed and listen to the instructions I am about to….

– Did you still believe in such talk there was nothing better than washing with laurel soap and rubbing your body with the oriental bath bag!

Oh, those days when my father was welding the water heater, which dripping hot water,  the calcareous water causing holes over the time… The war came and the fuel was cut off and we are no longer …..

Two days after the arrival of the visitor of the corona time, the house turned upside down,  I was searching for  the calm in the folds of my shirts, under the mattresses and above the shelves but in vain … her questions were coming from all directions, like sniper bullets, as I climbed the stairs, I heard her voice coming deep from the kitchen: Who did this?

While I’m in the bathroom her sound startled me: where did you put the pan?

Entering my room to sleep, questions and inquiries poked me. I became like a freak turned around while Intesar roaming the house up and down, I did not know where she was, but her voice made me predicting her place to avoid it.

In fact, Intesar was evoking all the time what was lost in the war, and during the asylum procedures, she looked like a lost child full of nostalgia and suffering of the homesick. She brought her inherited fear to Europe: “That all people who live in Europe are tracked by the government where they stay.”

All she cares about is to talk to someone, to empty her speech charge like a thunderbolt cutting a tree in half, she wants to recall the spirit of the family that was scattered, she is not able to store her sadness somewhere, but keeps remembering and repeating them, which constrains her ability to concentrate on her present and puts her off her stroke.

A few months passed, the visitor of the corona time stays with us, the news about her brother cuts off. It is said that theyputs him in quarantine and no other information about him.

Accordingly Intesar no longer belongs to any place, I really envy her being non-belonging person, I feel that if I had been in her place, I would have been free from the restrictions of possession, space and time, free from all  negative external powers, not being captive to the threads of the past that tighten my body as the surgeon pulls the skin to close the surgicalexcision .

Intesar is one victim of  the  dictatorship regim systems, that  she does not choose. Perhaps she is now in the stage of molting, and what comes next will not be known, as no human being has ever emerged to a fully grown adult and return back to be a nymphs thrown by the uterus in the open.

The surprising thing that she is pretty certain that what happened to her brother is not true. She is sure that the coronavirus does not exist and it is created to exterminate some politically wanted persons, so I engaged  myself with non-winner discussion for days, I got out of it like someone entering a Milky Way, or crashing into an orb and returning to the Earth with a memory gap.

The coronavirus disappeared and we entered the post-crisis phase, and the strategies of rationing . The visitor of corona time still with us, on the contrary to her name she had a setback that was no way out, she became less talkative. I became more aware of her questions, her place, controlling my tension, and more worried about the victims of  the wars.

I came to a conclusion that if you want to cool down the crimes of the wars in the eyes of the world, then you provide oppressed people places outside their homelands or create a bigger case.

Sadly, we have become excess goods in the second hand shope escaping from the Middle East.

I looked at Intesar’s face, she was sleeping on the sofa while I read  Louis Argonne

“We have prepared everything for those who are suffocating.
Everything they need  to breathe.
We curtain the darkness of the night.
We have opened shelters everywhere.
Saving ourselves the provision for complaining”

I have to admit we are not desirable antique, we are like relics that are cheaply smuggled in the days of the wars, to include them in the western museums, where tourists take photos in front of them.

If you think coronavirus is the most dangerous thing that happened at that time, you are wrong, the wars with their consequences are most deadly and dangerous. If you don’t believe it, then you must go to the museums, we had been immortalized there in many forms and colors. Some of us are carved from stone, some of us are old wood, some of us are trapped in oil paintings, some of us are prevented destruction weapons and  the rest had been recorded as victims of a pandemic which was called coronavirus that killed thousands of human beings that was since hundred years ago.

This is what my mother read to me from a manuscript that is placed on a table at the entrance of the Oriental Museum in Utrecht city.

* Intesar: is an Arabic female name,it means victory .

*Hollanda:  The pronunciation of the Netherlands in Arabic language.

Randa Awad, 01-04-2020


Richard Gregory: My consideration of being quarantined

In samenwerking met SPRING gaat theatermaker Richard Gregory een langdurige verbinding aan met Utrecht, onder meer voor het kunstproject Ark. Gregory is een kunstenaar wiens praktijk gestoeld is op samenwerking, vaak met mensen die normaal niet met kunst bezig zijn. Hij zou in april/mei eigenlijk in Utrecht zijn om zijn residentie op te starten en (mogelijke) samenwerkingspartners te ontmoeten. Omdat hij afhankelijk van andere mensen is bij het vormgeven van zijn projecten, ondervindt hij onverwachtse effecten van corona op zijn creativiteit.

Richard Gregory:
My consideration of being quarantined

I’m finding it impossible to imagine.

It’s [insert month here]. 

I get the train to [insert place name here] airport.

Or – I drive to [insert place name here] airport. The traffic is horrendous.

Or – I drive to [insert place name here] airport. There is no other traffic.

Or – I get the train. All the way. From home to [insert place name here] to London then Eurostar then [insert place here] then [insert place name here].

(Right now I’m afraid of being in London). 

The sky is clear/blue/grey/dark/heavy [delete as appropriate].

[Insert name here] meets me from the train.  We hug/keep our 2m distance. [delete as appropriate]

He/she/they is/are wearing a face mask/nice coat/their usual perfume. [delete as appropriate]

[Insert place name here], the square outside the station is [select from options below]

  1. Frighteningly crowded
  2. “Back to normal”
  3. Empty

We walk through the city.

[Insert place name here] is nothing/exactly like I remembered/imagined it. [delete as appropriate]

We get a bus.

We jump in a taxi.

We arrive at                                     the café
the University
the house
the office
the municipal building
the theatre

[Insert name here] is already there. They stand to greet us.

We nod. We shake hands. We kiss. We embrace. We keep our distance.

Coffee. Tea. Beer. Wine.
Sparkling water.

[delete as appropriate].

The inevitable conversation….

How was it for you?
How was it here?
How was it there?

Did you have it? 
….
Are you sure?

And on.

And you. And me.  What do you/I do exactly?  What’s your/my role here?

And then. The project.

What are your thoughts? Where are you at? What shall we do?

(Is it ok to say there haven’t been any ideas? That one of the things that happened is that my imagination ceased to function in its normal way; that those thoughts that normally/usually/mostly/often/sometimes in normal life seem to flit in from nowhere, that swim about, that I can find pleasure in moving around in my mind like whisky/wine/sparkling water on my tongue, have somehow been absent. Not an empty mind by any means – no, not that – a full mind, a mind full of everything but new ideas. That it was a time of enforced uncreativity. That I can’t, somehow, force ideas to come. That it feels like some kind of loss or failure when I try to articulate it to someone else but – internally – there’s a kind of pleasure, a sense of release and relaxation in the absence of creative thinking. Is that normal?)

So – I share the obvious. The familiar. The stuff that [X] years of experience allows me to draw on.

And that is fine.
That is good and strong and what is needed.
That’s disappointing.  (I can see it on your face.)

It’s all we/I/you can do.

[delete as appropriate].

And we move on.

We relax into being together.

The simple pleasure of that.
Rebuilding our skills to do that.

A moment of realising that’s what’s happening.

I/you/we think/feel that you/I/we are thinking/feeling the same thing.

To be in the same room with someone else.  Someone we don’t know well/at all.

And we start to imagine how we might extend that.

How we might be with more people.

People we don’t know well/at all.
People who don’t know each other.

How we’ll find them/how we’ll meet them/where we’ll meet them/who they will be/what we’ll ask of them/what we’ll offer in return/ what we’ll do together/how long it will take/who will come to watch/what will happen afterwards.

Images. Structures. Invitations.

All of those things.

The usual.

And then, when we’ve finished/run out of steam/when the hour is up…

… I/you/we/they drain the glass/the cup of
coffee/tea/beer/wine.
Sparkling water.

[delete as appropriate].

And step out into the sunshine/the rain/the howling wind/the ebb of traffic/the empty street.

And breathe.

We did it.

Managed to imagine.

Richard Gregory, 03 mei 2020


Aukje de Boer: Nooit wennen aan de nieuwe werkelijkheid 

Aukje de Boer is docent Mediaredactie en ontwikkelaar Curriculum onderzoeksjournalistiek ROC Midden Nederland. Zij neemt de reflectie van Bellingcat (zie onder) als startpunt voor een eigen beschouwing.

Aukje de Boer:
Nooit wennen aan de nieuwe werkelijkheid 

TO BE OR NOT TO BE

Ongekend blauw
Iedere ochtend als ik omhoog kijk
Vroege vogels, glanzend groen
Waar de natuur sinds maandag 17 maart 2020
In volle omvang
Naar buiten wil
Naar buiten MOET
UITBARST
Leef ik noodgedwongen binnen.

Het contrast kan niet groter zijn. Hoe meer alles om mij heen zich opent en het nieuwe leven omarmt, hoe meer ik voel dat ik dicht ga. Contact op afstand, via een schermpje, is surrogaat, is niet echt. Een scherm is een filter; ik wil zien, ruiken, horen, proeven maar vooral zijn met de ander.

Nu ik, na zes weken binnen, voel dat dit alles begint te wennen, kom ik in verzet. Ik wil niet dat dit mijn nieuwe werkelijkheid wordt. Ik wil hier niet aan wennen, ik wil nooit dat dit gewoon wordt. Tuurlijk, op afstand docent en collega zijn, is niet per se afstandelijk. Tijdens online vergaderingen verschijnen ongevraagd partners en kinderen in beeld, zie ik welke kunst eraan de muur hangt, valt me op wie er om 16:00 uur al met de borrel begint en welke boeken in de boekenkast staan. Studenten zien mij klungelen met mijn audio, zien het pinguïnbehangetje op de kamer van de jongste dochter -want alleen daar is nog plek om rustig een les te geven- en zullen ongetwijfeld op de achtergrond mijn oude wasmachine horen die te luid 1400 toeren maakt. Dichterbij dan ooit dus.

Het hier en nu 
Ooit studeerde ik af als theatermaker. En wat de kracht is van theater, is ook de kracht van het onderwijs: het speelt zich altijd af in het hier en nu. Theater is het leven in verbeelde omstandigheden, onderwijs is het leven in het echt. Waar we met elkaar op een afgesproken tijdstip samenkomen in het theater, zo komen we samen op een afgesproken tijdstip op school. De deur gaat dicht, het licht gaat aan, de voorstelling begint. Daar ontstaat de verbinding. Contact. Gezien en gezien worden. Omdat we samen zijn en onze werkelijkheid -het hier en nu- op dat moment met elkaar delen. We zijn gelijk, omdat we op hetzelfde moment samen komen. En dat is mijn ongenoegen met onderwijs op afstand: we delen niet dezelfde werkelijkheid, simpelweg, omdat iedereen in zijn eigen bubbel blijft. We zijn minder gelijk. En dat mag onderwijs nooit in de hand werken.

Laat me duidelijk zijn over deze chaotische tijd. Ik ben de eerste die straks mee wil denken over meer blended onderwijs, die graag meer online vergaderingen wil omdat online vergaderingen gestructureerder en meer to the point lijken dan ‘echte’ vergaderingen. Natuurlijk omarm ik het goede, maar niets, maar dan ook werkelijk niets, kan die verbinding tussen jou en de ander beter stimuleren dan een echte ontmoeting. En dat gaat niet vanzelf. Daar moet je iets voor doen. Zoals ons brein iedere dag actief nieuwe verbindingen maakt op basis van wat we ervaren, zo voel ik dat ik die verbindingen tussen mij en mijn studenten, tussen mij en mijn collega’s moet onderhouden. Anders vervagen ze. Doven ze uit. Verdwijnen ze. De rol van een fysieke plek lijkt me daarin broodnodig. To be or not to be. Dat is en blijft de vraag. Ook in deze tijd.

Aukje de Boer, 21 april 2020
Docent Journalistiek Schrijven & Onderzoeksvaardigheden ROC Midden Nederland, Student Masterkunsteducatie HKU


Anthony Heidweiller: Gaia omarmen

Anthony Heidweiller is artistiek leider Vocal Statements en lid Akademie van Kunsten, onderdeel van Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschap. Hij is onder meer bij de residentie van Aeham Ahmad betrokken als een van de initiatiefnemers.

Anthony Heidweiller:
Gaia omarmen

Virussen zijn vele malen kleiner dan andere micro-organismen. Ze passen vaak tientallen tot honderden keren in de gemiddelde bacterie. Virussen zijn ook de meest voorkomende biologische entiteiten op aarde. In een druppel zeewater zitten er bijvoorbeeld al meer dan tien miljoen.

De afgelopen weken werd ik keihard geconfronteerd met het besef dat mijn kennis en inzicht met betrekking tot virussen nul komma nul is. Door de pandemie waarin we ons bevinden, heb ik ontdekt dat er zeer grote verschillen zijn tussen de wereld van virussen en die van bacteriën. Ik had er geen idee van dat je een virus niet bestrijdt met antibiotica en zeker niet met paracetamol.

Een confrontatie die daarmee parallel loopt is, dat ik me realiseer dat de natuur een voor mij onbekend terrein is. Al jaren bewonder ik de documentaires van Sir David Attenborough en dacht op die manier de natuur, de aarde, in haar vele facetten te kennen.

Maar blijkbaar bestaat er een aarde die voor mij volkomen onzichtbaar is, die van de virussen.

Op donderdagmiddag 12 maart kwam het besluit van de overheid om alle concerten, voorstellingen en festivals te stoppen. Dezelfde avond ging ik naar huis en begon met het lezen van boeken, heel veel boeken. Het lezen van boeken van onder meer Bruno Latour, Thomas Piketty, artikelen van The Parliament of Things zorgde voor bezinning, verdieping en helpt me nu om mezelf voor te bereiden op een andere wereld. In mijn ogen is het in de komende decennia zeer belangrijk dat wetenschappelijke kennis middels de kunsten een vertaalslag krijgt.

Met mij heeft een groot deel van de mensheid nooit écht naar de (onzichtbare) aarde gekeken. De boeken van de wetenschapsfilosoof/antropoloog/socioloog Bruno Latour, hebben mij geholpen om de wereld die mij vertrouwd leek anders te bezien. Latour kijkt met een ruimere blik dan de ‘normale’ wetenschapper naar de betekenis van de natuur voor onze wereld en wie we zijn.

In zijn boek Oog in oog met Gaia beschrijft Latour hoe met name het geloof in een hiernamaals ervoor heeft gezorgd dat we stellig geloven dat we op weg zijn naar een rijkere en betere wereld. De wereld waar we nu in leven is als het ware een soort tussenstation, waar we vervolgens niet goed voor hoeven te zorgen.

Ook al geloof ik in de praktijk niet meer in een god of een leven na de dood, toch betrap ik me er telkens weer op dat dit denken een onderdeel van mijn leven is. Al is het maar dat ik, met name in de kunsten, dagelijks geconfronteerd word met de vele verhalen en beelden vanuit de traditie van het christendom.

Ramsey Nasr schreef in een essay (NRC 01-04-2020): “Kunst deelt een onverwachte eigenschap met het coronavirus. Ze heft ons normale, veilige bestaan op, gooit al onze zekerheden overhoop, doorbreekt elke routine.”

Deze woorden van Nasr moeten kunstenaars volgens mij oppakken, ze moeten het voortouw nemen en op zoek gaan naar een vertaalslag.

Zie daarom de woorden van Nasr als een inspiratiebron om opnieuw te kijken, te voelen, te luisteren en hulp te bieden. Troost te geven in onze zoektocht naar emotionele antwoorden. Antwoorden die nu niet meer gaan over het zoeken naar de waarheid, maar het ontdekken van een verandering.

Als je de wereld van de biologie, filosofie en ecologie induikt, kom je op andere kennis, en kom je tot nieuwe verhalen. En kijk je vervolgens ook anders naar bestaande, eeuwenoude verhalen uit de bredere multiculturele wereld. Wat leren we van de verhalen over Moeder Aarde, van Gaia (Griekenland), Isjtar (Iran), Isis (Egypte) en Sjakti (India)? Hoe beïnvloeden deze en nieuwe verhalen over de aarde elkaar?  Hoe versterken ze elkaar en plaatsen ze elkaar in perspectief?

De uitspraak van Latour in Oog in oog met Gaia, dat we momenteel in de Apocalyps leven was voor mij een harde confrontatie. Dat er apocalyptische toestanden zijn, daar kan je inderdaad niet aan voorbij. Tegelijk schrijft Rob Buiter (Trouw, 28-03-2020) in zijn artikel Waartoe zijn virussen in hemelsnaam op aarde? dat je ziet dat virussen “eenmaal ontdaan van hun negativiteit, niet alleen heel slim zijn in het verspreiden van hun genetische informatie, maar ook het leven op gang helpen te houden… Virussen zijn nu eenmaal een integraal onderdeel van ons leven… Als wij niet wat meer eco-centrisch, dus vanuit de natuur, naar virussen leren kijken, in plaats vanuit de mens en de economie, is het wachten op de volgende uitbraak”.

Durven we in de onzekerheid waarin we momenteel verkeren uit te kijken naar iets wat we nog niet kennen. Of grijpen we terug op het meest bekende, het meest vertrouwde.

Ondanks het gigantische verdriet, angst, onzekerheid en pijn binnen de kunstensector moeten we ook naar de kansen kijken die er nu voor ons liggen.

Laten we kritisch kijken waar we vandaan komen, waar we nu staan en wat we hopen. Laten we onze hoop voeden met de talrijke optredens die we momenteel zien en horen op straat, balkons en pleinen. Hoe ervaren we de spontane optredens, de intieme optredens.

Voor mij liggen deze concerten in de openbare ruimte in het verlengde van participatie- en community projecten die al jaren binnen de kunsten gedoogd werden maar vanaf nu een volwaardige plaats hebben gekregen.

Kijkend naar onze recente geschiedenis gaat het coronavirus waarschijnlijk nog lang bij ons blijven. Voor het aidsvirus hebben we, na ruim veertig jaar intensief onderzoek, nog steeds geen vaccin. Hoe lang zal het duren voordat er een vaccin tegen het coronavirus op de markt komt? Het is toch ondenkbaar dat we misschien veertig jaar moeten wachten voordat het publiek weer naar het theater, de concertzaal of het museum kan komen?

De huidige situatie heeft mij de afgelopen weken in contact gebracht met de wereld van de wetenschappen, ik vind er troost en inspiratie. Ik dacht te leven in een wereld die me vertrouwd leek, maar weet nu dat ik die wereld niet echt ken omdat ik er niet of zelden écht naar heb gekeken.

De wereld van de virussen hebben we altijd links laten liggen, virussen lijken onzichtbaar en ongrijpbaar. In mijn leven word ik nu voor vierde keer geconfronteerd met de werking van een virus; Aids, Sars, Ebola en nu Corona. De schade die Aids heeft aangericht in de wereld van de kunsten en tot op de dag van vandaag nog steeds aanricht in de brede wereld is gigantisch. Nu heeft het Coronavirus in vier maanden de wereld platgelegd. Ik kan niet langer met mijn rug naar de werking en ontwikkeling van het virus staan.

Vanaf nu moeten kunstenaars en de wetenschappers om de tafel zitten en kijken op welke manier er een bijdrage geleverd kan worden in bijvoorbeeld een introductie over de wereld van de virussen of het oplossen van de ecologische problemen.

Laten we nu beginnen met het opzetten van een reeks (online) kunsteducatie projecten voor het onderwijs.

Zie de huidige situatie als een kans om opnieuw naar de aarde te kijken en vervolgens Gaia (Moeder Aarde) te omarmen.

Gaia, zij heeft ons zoveel verbazingwekkende, ongelooflijke en compleet nieuwe verhalen te vertellen die wij moeten zien, -horen en -voelen.

Utrecht 20 april 2020
Anthony Heidweiller, Artistiek leider Vocal Statements, Lid Akademie van Kunsten, onderdeel van Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschap



Bellingcat: Efforts to create an online global community of investigators happen offline

Bellingcat is een online onderzoekscollectief dat is opgericht door Eliot Higgins. Higgns ontwikkelde een eigen vorm van burgerjournalistiek op basis van online beschikbare open source-gegevens. Door slim te zoeken naar en gebruik te maken van online bronnen haalde Bellingcat met regelmaat belanghebbende informatie boven tafel. In hun residentie dragen Higgins en Bellingcat hun methode over op Nederlandse journalisten. ROC Midden Nederland heeft de methode verwerkt in het eigen onderwijs.

Bellingcat:
Efforts to create an online global community of investigators happen offline

As the home of online investigations one of the first assumptions about our work is that it is not affected by the current crisis, and that we are able to continue as usual, because our research is based on sources that can be retrieved online.

However, as the current crisis forces people into their homes, we have been asked to review the impact of isolation on the world in which we operate and the questions that arise from it.

Firstly, without the ability to go out into the world and in our attempt to grasp what’s going on around us we are completely reliant on information we receive from others. But who are these others? Do we only listen to the government, or do we trust information shared by people close to us? The spread of the virus has been paralleled with a spread of mis- and disinformation surrounding it. Not all of this information is spread intentionally, or with the aim of causing harm or generating profit. A large part of this information is actually spread by benevolent actors, in an attempt to inform the people around them. We see this in groups of friends, family or colleagues trying to keep each other safe, healthy and informed.

How will this influence the way we look at information shared by traditional media, (so-called) experts on social media, the government, or our own network? Will we become more critical, and learn to verify content before sharing it? Or, will we become distrustful and as a result close ourselves off also to credible sources and information?

Another problem we see regarding information is the enormous amount of coverage about Covid-19. Our entire newspapers are filled with articles about the crisis, leading to a Corona coverage overdoses. Seemingly, all pressing issues that were dominating newspapers before this crisis hit are no longer existent. Does that mean these issues were never important to begin with and it took a crisis to put things in perspective? Or does this mean we are closing our eyes to other (pressing) issues that remain out there? We need to be careful and remain dedicated to shedding light on human rights issues, corruption, poverty, climate change and the many others topics of interest to all of us.

Besides changes in our intake of information, another area of change is the way we communicate with one another.

Within the first month of the current crisis it has become clear that the net-beneficiaries of our new remote society are online meeting services such as Google Hangouts, Zoom or apps like Houseparty. With people transferring their physical contact to these platforms en masse, the first glitches are becoming visible. Questions arise about the type of meta data these platforms collect, whether conversations are end-to-end encrypted, and if these services are sufficiently protected against malevolent actors. With an inability to meet each other physically, will our lives move more and more online? And if so, what does that mean for our privacy?

To close off we would like to come back to our first point, the way in which Bellingcat is affected by the current situation. Bellingcat is not only digital and online. While our community exists online, we extend it in person, through training, workshops and bootcamps. This means we also find ourselves exploring new ways of teaching, and new ways of interacting with people in our workshops.

Paradoxically, a big part of our efforts to create an online global community of investigators happens offline. Will this still be the case in the future?

14 April 2020, Bellingcat

 



Amparo González Sola: How will we rebuild contact and proximity? 

Amparo Gonzalez Sola is een Argentijnse danser/choreograaf/onderzoeker. Tijdens haar residentie verzorgde ze ondermeer fysieke bewegingsworkshops in GGZ-instelling Altrecht voor therapeuten en clienten, om zo de bestaande hiërarchie in de zorg te herzien. Momenteek plant ze een serie workshops in Den Dolder, met dit keer ook dorpsbewoners om zo de argwaan tegen Altrecht weg te nemen. Op 30 maart 2020 schreef ze een artistieke reflectie over de aard en de gevolgen van de Corona-crisis.

Amparo’s González Sola:
How will we rebuild contact and proximity? 

I was restarting the practices of movement in Den Dolder when the coronavirus appeared as a reality in our lives. I was happy because together with the practitioners in Den Dolder we were about to start a new phase of encounters with the neighbors.

Suddenly it was no longer a good idea to be together, to be close, to touch each other. Each one of those elements that were a fundamental part of the practice I have been creating, appeared as a “risk factor”.

I’m in shock.

My first intuition: this moment is a breaking point, I don’t have to react fast.

I decided to go slowly, to take advantage of this state of suspension of what we conceive as “normality”, to try to understand what all this -that shakes the planet- means, at different levels.

I ask myself, what does it mean to humanity and its way of functioning? What allows us to think about the way we relate to others and to the world, to Nature? How does it challenge the field of art? What does it produce in the bodies? What does it imply in my practice as a choreographer?

Just a few hours after listening to the measures against the COVID-19 taken in the Netherlands and while I was receiving emails canceling activities, I also started receiving emails proposing the continuation of the activities virtually, “online”.

I think: What does virtuality imply in my practice? What does it imply in my practice, that is based on the presence of bodies, on shared perception and movement, on the relationship with others?

Second intuition: It is not about creating a world without physical contact, a virtual world… Until we meet again, I will be cultivating the desire to be close.

I think: it is interesting how awareness of the risk of being close, of contact between bodies, is at the same time the evidence of its power and potentiality as a field of affection. It is because it is so powerful what happens in the contact that it is also so dangerous!

When we are close we can feel the vibration of others, their temperature, their smell, their emotions. When we touch, there is something of the others that stays in our body and something of us that we leave imprinted on the other. There is very precious information that circulates in that space “in-between”. In proximity, the idea of “independence of individuals” is put into question. In proximity and in contact, the fact of been co-implicated with others becomes irrefutable.

Among the thousands of questions that this critical moment generates in me, I wonder:

How can we, in these times of distance (which I defend as a necessary measure right now,  I hope I’m not misunderstood!), not generate a phobia of contact?

How can we avoid increasing the fear of been close to others?

How can we avoid transforming care practices into measures of control and surveillance? How can we make sure that fear of present or future contagion does not lead to the closing of borders (personal, symbolic, geographical)?

Once we manage to overcome this health crisis,
How will we rebuild confidence in contact? How are we going to make proximity possible?

Third intuition: To take care, it is not about individual bodies. This moment opens the question about the collective (a collective in which each life matters).

This virus, which affects without asking nationality, gender or social class, is a clear example of the fact that we live in a common world, whether we want it or not, we are already interdependent: we affect and are affected (something that we practiced in our encounters when we moved and were moved at the same time).

This interruption of “normality” is provoking deep questioning and generating the reinvention of practices throughout the planet.

Probably some things will radically change, and it demands that we imagine other possible worlds.

I want to imagine a world in proximity. A world in contact, a world in which, assuming the state of co-implication in which we already are, we can practice bonds of reciprocity, solidarity, and care in proximity and in distance.

30 March 2020, Amparo González Sola

Wil jij je gedachten delen met je Utrechtse collega’s?
Je bent van harte uitgenodigd jouw reflectie toe te voegen.
Mail ons.